White man does traditional mariage
Door: Jelle
Blijf op de hoogte en volg Jelle Willem
16 Februari 2009 | Kameroen, Yaoundé
We hadden bedacht vandaag voor het gevoel toch maar naar kantoor te gaan, maar van werken kwam uiteraard niet zoveel. Op het IITA station werden nog veel administratieve activiteiten van me verwacht, mede ter voorbereiding van onze reis richting Bafandji. Toen Cathelijne een paar dagen geleden gearriveerde heb ik haar een beetje van mijn sneaky plannetje op de hoogte gesteld. Een traditioneel huwelijk in het geboortedorp van mijn beste vriend Dennis. Ze vond het eigenlijk meteen wel een goed idee, volgens mij. Cath is ook dol op Dennis, die verlegen macho man, waar ik nu al bijna 2,5 jaar mee optrek.
Geld opnemen, missie orders, het werkprogramma van de medewerkers bepalen, klusjes waar je toch alweer een hele ochtend mee opvult. Ook Hauser, mijn begeleider, is toevallig op het station vandaag, dus snel met hem nog een paar van mijn proefveldjes bezocht. Intussen kon Cathelijne een paar mailtjes versturen. De internet verbinding laat het s’middags meestal afweten tegenwoordig. In de loop van de avond scheuren we de poort van IITA uit, eindelijk vakantie! Bij de kleermaakster kunnen we die avond haar heuze trouwjurk ophalen, op maat gesneden. Ik installeer me op een terrasje alwaar ik een paar mooie vissen uitzoek. Terwijl de zeebaarzen worden gegrilt, zoekt Cathelijne langs de straat nog een paar knappe schoenen uit met Gishlaine, een nederlandse meisje dat hier voor haar stage verblijft. Met z’n drieen eten we de vis van een grote schaal, met gebakken banaan, cassave en veel sambal (piment). Typisch Kameroenees zou ik willen zeggen, en daar maar een grote fles bier natuurlijk niet bij ontbreken.
Dinsdag 23-12-08 (Jelle)
Om half acht lopen de vier cylinders van de IITA tereinwagen, stationair te brommen voor de inrit naar de compound van Dennis. Nu we toch maar besloten hebben met de auto te gaan, kan de hele familie natuurlijk wel mee. Gelukkig zijn de drie zoontjes nog niet zo groot als hun vader, laten we zeggen, opeenvolgend formaat tussen een peuter en een uit de kluiten gewassen kleuter. De geluidsinstallatie, specifieker, twee enorme speakers, nemen direct de hele kofferruimte in beslag. Daarna wordt alle overige ruimte volgestouwd met de overige bagage. Laat dat maar aan Afrikanen over, dat komt altijd wel goed. Het overgrote deel van de vracht bestaat overigens uit voedsel en drank. Gister nog even snel twee doosjes met elk 12 kartonnetjes Franse wijn ingeslagen. Het stuit me tegen de borst dat er in Kameroen zoveel rode wijn geconsumeert wordt. Ik vermoed dat men, mede door de Franse koloniale tijd, het idee heeft gekregen dat het drinken van wijn een teken van welvaart is. Haute culture. Lekker zullen ze het ook vinden, het spul is mierzoet, ookal is de afdronk erg wrang. Wel een mooie afzetmarkt voor de Franse gesubsidieerde overproductie, kan ik me voorstellen.
Rond negen uur passeren we de laatste bebouwing van de stad en is er alleen nog bos, hier en daar afgewisseld door lintbebouwing van enkele mistroostige dorpjes. Over de snelweg trekken dagelijks duizenden anonieme passanten voorbij. De reizigers beheersen het ritme van de dorpelingen, die bij elke voorbij razend vehicel hun koopwaar aanprijzen. Kopjes koffie uit de thermos doet mijn koppijn van vanochtend langzaam wegebben. Als we de Sanaga rivier zijn overgestoken opent het landschap zich. Als de horizon zich zo voor me uitstrekt is altijd weer een jubelend moment. Ik begrijp heel goed waarom de prehistorische aapmensen het bos achter zich liten en op de savannes op twee benen gingen wandelen. Ineens is dat echte vakantiegevoel er ook. In de saladebar van Baffoussam hebben we een geweldige lunch, ik een heerlijk ontspannen gevoel daalt over me neer. Cathelijne gaat nu een tijdje sturen en ik geniet van het prachtig in cultuur gebrachte landschap dat aan me voorbij trekt.
Woensdag 24-12-08 (Jelle)
Niet zo heel lekker geslapen vannacht. We hebben onze tijdelijke intrek genomen in het koninklijke gastenverblijf van Bafandji. Gisteravond werden we eerst direct ontboden bij de de vader van Dennis, de Fon van Bafandji. De lokale koning, wordt door de overheid als zodanig gerespecteert. Als ambtnaar functioneert hij als een soort districtshoofd met officiele bevoegdheden. Daarnaast heeft zijn positie ook een traditionele en spirituele inhoud behouden. Duidelijk is dat in de cultuur, de traditionele rol van de Fon als de leider van de stam, enorm belangrijk is voor dagelijks bestuur, rechtsspraak en in het oplossen van problemen in het algemeen. De identiteit van de van stam en ieder lid is direct gerelateerd aan hun mannelijke gezagsdrager. Doordat in dit gedeelte van Kameroen veel van deze traditionele structuren in takt zijn gebleven, bestaat het bestuur van dit gebied uit een lappendeken van kleine fonschappen, met elk hun eigen taal en tradities. Dit patroon van het oorsponkelijke Afrikaanse bestuursysteem van chiefs almachtig opperhoofd, al dan niet ondersteund door een groep raadsmannen als, zich herhaalt in het naar Westers model op papier zo keurig ingevoerde democratische systeem. Wees nou eerlijk, de meeste Afrikaanse democratien zijn nog altijd verkapte dictaturen, met een soort muppet show van veel teveel ministers.
De Fon blijkt een heel hartelijk man, met een olijke oogopslag en sympatieke, met een beetje fantasie ook aristocratische gelaatstrekken. De ruimte waar we werden ontvangen had overigens een weinig koninklijke uitstraling. Een vervallen, schimmelig gebouwtje met minder traditioneel houtsnijwerk dan ik verwachte. Over het algemeen oogde het wat kitscherig, met plastic tuinstoelen, een aantal merkwaardig gevulde fotolijstjes aan de muur naast een aantal ingelijste certificaten. Een plaat biedt een impressie van een jacht tafereel, waarbij de fon zelf gezeten op een troon een trotse blik werpt in de camera. Met de handen geklemt rond een middeleeuws musket en de voeten rustend op de flanken van een geschoten luipaard. Zeven jaar geleden genomen, volgens de goedlachse burgervader. Na verificatie met Dennis blijkt de jacht troffee meer dan 20 jaar geleden te zijn buitgemaakt. Een voorbeel uit een reeks van eigenaardige uitspraken waaruit ik opmaak dat de 73 jarige niet meer helemaal scherp is. Jammer, want ik had echt gehoopt een idee te kunnen krijgen de denkbeelden van iemand in zo’n invloedrijke positie, binnen een Afrikaanse plattelandsgemeenschap. Ik vraag me af hoeveel er nu nog werkelijk authentiek is en in hoeverre is men hier toch ook beinvloed door het Westen. In Bafandji zelf, een samenraapsel van een aantal gebouwen rond een centraal marktplein, lijkt de globalisering wel te zijn doorgedrongen. Op de markt treffen we naast een enorm divers assortiment aan landbouwproducten ook stalletjes vol chinese electronica en pharmaceutische producten.
Aan het einde van ons treffen komt ons aanstaande huwelijk ter sprake. De Fon vraagt ons of het een burger huwelijk en een koninklijk huwelijk. Sja, ik wist niet zogoed hoe daar nu op te antwoorden. Wat houdt dat koninklijke in en kunnen twee blanken op visiete zomaar die status verwachten? Uiteindelijk biedt de majesteit zelf een koninklijk huwelijk aan, waar we dan maar postief op reageren. Wat dat verder betekent, daar komen we later wel weer achter.
Inmiddels is ons duidelijk wat de eer die ons te beurt valt betekend. Via een ingewikkeld systeem van drie verschillende etappes ben ik toegetreden tot de hoogste orde van koningsdienaren van de stam. Na drie kratten bier, voor elke etappe en een enveloppe met wat briefgeld, kreeg ik vrije toegang tot het paleis en mocht ik toetreden tot het heiligste ruimtes. De keuken, waar het koninklijke maal bereid wordt, behoort tot deze categorie. Het paleis zelf had helaas weer weinig authentieks, heel veel goedkoop, felgekleurd plastiek. Aan het einde van het ritueel werd ik heb een gehaakt, vrolijk gekleurd petje met en rood veertje d’r op. Ook kreeg ik een witte boubou, een traditioneel gewaad dan weer door moslims in het noorden wordt gedragen. Dat rode pluimpje blijkt als teken van mijn status te dienen. Tijdens de kroningsceremonie kreeg ik ook mijn officiele naam: Tsjongoa. Die naam heeft nogal wat lading en betekent zoiets als hoofd van het volk van Bafandji. Wat een eer, maar is dit niet teveel van het goede?
25-12-08 (Cathelijne)
Vannacht hadden we een dubbele matras en twee lakens en daarom net iets beter geslapen. Tijdens het gebakken eitje met koffie op de veranda, is het een gezellige bedoening met een kluit spelende kinderen en vriendelijk groetende families die netjes aangekleed voorbij schuifelen richting de kerst mis. Met Dennis gaan we op pad met twee brommertjes richting ‘the Dam’. Het is in het begin niet geheel duidelijk waarom de rivier hier afgedamt is, maar het heeft een enorm stuwmeer gecreerd, dat door het heuvelachtige karakter van het landschap een grillige omtreksvorm heeft aangenomen. Achteraf begrijpen we dat het meer dient als opslag reservoir, dat als buffer kan dienen wanneer de Sanaga rivier in de droge tijd laag komt te staan. Een dam in de Sanaga genereert energie en bij laag water zou de energievoorziening van Kameroen in gevaar kunnen komen. De weg erheen rollen we heerlijk door de heuvels langs fraaie vergezichten en slalommen tussenveel kuddes koeien op de weg. Het is best spannend als we met de brommertjes toeterend die machtige hoorns proberen te ontwijken. Nu, in de droge tijd, wordt de rijst in de valleien geoogst, waarna de koeien zich tegoet doen aan het stro en het lange oliefantsgras dat rond de akkers woekert. Na Balikumbat en Bambalang zien we al snel het spiegelende wateroppervlak opdoemen. Jelle en ik hebben een rondje gewandeld over een heuveltop. De heuvel is door de stijgende waterspiegel getransformeerd tot een vogelrijk schiereiland. Veel roofvogels met mooie gevorkte staarten zijlen langs de oevers, volgens Jelle black kites (zwarte wouwen). Hoewel het een beetje diezig was, genoten we toch van een indrukwekkend uitzicht. Op de terugweg houden we op verschillende plekken halt; bij de familie van die vriendin van Dennis, bijvoorbeeld. Dennis heeft stiekem al jaren een buitenechtelijke relatie met een weduwe waar hij ook al meerdere kinderen bij verwekt heeft. Aartje naar z’n vaartje, zou je zeggen, want z’n vader heeft 34 vrouwen en hij weet zelf niet meer hoeveel kinderen nou precies. We eten ‘atsjoe’, een stampot van cocoyam met een gele saus op basis van palmolie. Ook krijgen we een wit, zoet sapje dat getapt wordt uit de raffia palm. Natuurlijk aanwezige microorganismen in dit palmsap vergisten snel de suikers tot alcohol, maar als het vers is, is het zo zoet als ranja. White mimbo, noemen ze deze vin de palme hier. Daarna ontmoeten we nog een aantal heren van respectabele leeftijd. Het zijn beste boeren. Hun huisjes liggen tussen welige akkers die bulken van de bananen en koffie struiken. Een van hen heeft zelfs cacao geplant, waarvan ze niemand dacht dat dat in deze koude streek aan zou slaan. Nu poseert hij trots tussen de takken die doorbuigen door het gewicht van de vruchten. Helaas lijkt er geen opvolging te zijn, want de kinderen wonen liever in de stad. Jelle ziet dat het varkenshok leeg is en informeert of de varkens geslacht zijn voor de feestdagen. De boer verteld hem echter dat z’n zeug zwanger was en op dat moment altijd losbreekt en ergens in de bush, alleen haar biggen zal werpen. Na een paar weken komt dan de familie gewoon weer terug. Even denk ik met gene aan hoe dat dan in Nederlandse varkensstallen gaat. Na nog wat bezoeken hier en daar begint het al laat te worden en hebben we geen energie voor nog een tijdje opzitten in het paleis. Dennis begrijpt ons en neemt ons via een omweg mee terug naar het dorp. Daar is vanwege het kerstfeest het hele spul aan kinderen al nerveus aan het samenscholen. Allemaal netjes aangekleed met fluoriserende prinsessenjurken, spijkerpakken en zware, dichte schoenen. Op moment van schrijven hebben we ons net achter het huis met een pannetje helder, koel water van het aangekleefde stof op ons lichaam ontdaan. Dennis meldt dat er wat te eten en een biertje voor ons klaarstaat.
26-12-08 (Jelle)
Vandaag is de grote dag. Vanochtend rustig opgestaan met het vertrouwde omeletje en oploskoffie in de schaduw voor onze accomodatie. Dennis zorgt goed voor ons, hij weet dat we s’ochtends pas wakker worden na het tweede bakje. Ik weet zelf het programma van de dag nog niet en ook de opstelling van de feestlokatie moeten we nog een beetje doorspreken. Naast Dennis hebben we eigenlijk altijd gezelschap van twee gouwe kerels. De ene heet Valentijn en behoort ook tot het prinsgemaal van de Fon. Valentijn is een goudeerlijke kanjer die een beetje het manusje van alles van de Fon is. Ik moest alleen wel even wennen aan die enge boeventronie van hem. Een gezicht met de ogen diep in de kassen en dicht bijelkaar geplaatst onder de hoge jukbeenderen. Maar de boef heeft zijn kamer al drie nachten aan ons afgestaan en heeft nu ook het matras van zijn reservebed aan ons moeten afstaan. Waar hij nu slaapt heb ik hem niet durven vragen. De matrassen hebben hun veerkracht totaal verloren; na de eerste nacht hebben we om een dubbelle laag van dat doorgelegen schuimrubber moeten gevragen. Het is nu zo rond 12 uur. Cathelijne is een uurtje geleden richting het paleis vertrokken. Daar zullen we officieus in het huwelijk treden ofzo. Het is nog een beetje onduidelijk maar er is ons in ieder geval een certificaat beloofd. Ach, daar is het ons ook helemaal niet om te doen. Na die ceremonie keer ik terug naar het gastenverblijf van de Fon, alwaar het feest zal plaatsvinden. Met de start wordt gewacht tot Cathelijne met de andere prinsessen haar opwachting zal maken. Voor het feest vinden op dit moment de voorbereidingen plaats. We hebben een profisorische tent gebouwd om onze gasten de gelegenheid te geven in de schaduw plaats te nemen. In totaal staan er nu meer dan honderd plastic tuinstoelen. De vrije ruimte in het midden biedt ruimte voor traditionele dansgroepen. Een varkentje zal geroosterd worden samen met een groot banket waar een ieder op mag aanvallen. Ik hoop dat niet iedereen inkakt na de copieuze maaltijd, want we hebben op een stevig dansfeest geregeld. Vanuit Yaounde hebben we toch niet voor niets die twee reusachtige boxen meegenomen. Ik voel me op moment van schrijven bijzonder vrolijk en blij maar ook wel een tikkeltje nerveus. De dansgroepen wachten toch ook al een tijdje op de bruid en beginnen alvast maar wat ongeduldig te rammelen op hun instrumenten. Intussen giet ik mezelf vol met raffia wijn uit mijn koeienhoorn, een persoonlijk presentje van de Fon.
26-12-08 (Cathelijne)
Ik ben vanochtend met m’n feestjurk, schoenen en handtas richting het paleis getogen. Daar aangekomen moest ik me eerst melden bij de Fon. Hij zit op z’n zetel op de veranda voor de ‘heilige’ zitkamer. Hij is een beetje ontevreden, net als alle vrouwen, omdat we de dag ervoor, geen bezoek hebben gebracht aan het paleis. Ik bied een paar maal mijn excuses aan en probeer vooral Dennis een beetje buiten schot te houden. Na nog een kwartier small-talk, staand naast zijn stoel, was ik er wel klaar mee. Terwijl Jelle het feest voorbereidt, ben ik de vrouwen gaan helpen bij het bereiden van het voedsel. Nauja, niet echt natuurlijk. In de keuken werd de vis schoongemaakt en kippen geplukt. Er stonden ook wat pannen op het vuur en dat zette de hele ruimte zo in de rook, dat er voor mij bijna niet viel te ademen. Mijn ogen en neus begonnen zodanig te lopen dat ik de vrouwen daar moest verlaten. Ik ben maar wat rond gaan lopen tussen de individuele huisje van de koninginnen en hun kinderen op de compound van het paleis. Sommige waren ook voorbereidingen voor het feest aan het treffen, zoals het maken van popcorn en het wassen van de feestkleding. De meesten zijn nogal terughoudend in het begin. Gelukkig verdween die afwachtende houding meestal wel als ik even bij ze ging zitten. Ze spreken niet zo goed engels, maar ik heb wel wat leuke gesprekjes gevoerd over hun leven als echtgenoot in een polygaam huwelijk. Het duurde allemaal best heel lang voordat al het eten klaar was. Eindelijk mocht ik dan mijn jurk aandoen (gelukkig geen reinigingsceremonie ofzo...) en nadat de vrouwen de doek met moeite om m’n hoofd en te gladde haren hadden gewikkeld, was ik goedgekeurd. Toen moest ik toch weer naar de Fon toe, maar deze keer in gezelschap van een jongetje dat de rest van de dag aan mijn zijde zal blijven. Achteraf hoorde ik dat de aanwezigheid van dit kind, dat een meisje bleek te zijn, een vast ritueel binnen de huwelijksvoltrekking is om te wennen aan de aanwezigheid van kinderen en de vruchtbaarheid op te wekken.
Tussen wat stuikjes en bosjes achter het paleis vond een aardig ritueel plaats. Ik werd behangen met mooie kettingen en armbanden en vervolgens verzocht te knielen bij een heilige steen. De Fon, voor deze gelegenheid gekleed in een sportief wit trainingspak, maakt een papje van aarde, palmolie, palmwijn en rood zaagsel. Dat zal vast een heilige combinatie van krachtige natuur producten zijn. Af en toe wordt het ritueel verstoord door z’n grappige ringtone, maar daar wordt alleen mijn aandacht door afgeleid. Het mengseltje smeert hij daaran tussen mijn borsten, schouders en op m’n voorhoofd. Een andere oude man maakt opmerkingen over de procedure en er ontstaat op een bepaald moment zelfs enige onenigheid. Uiteindelijk krijg ik ook een tradtionele naam toebedeeld: Membombi, wat zoiets betekend als: ‘zij die in een mooie wereld leeft’. Ik krijg ook nog een soort paardestaart op een stok, die ik elegant over mijn schouder dien te leggen. Voorts gaat het te voet richting het feest. Nadat we de uitgang van het paleis gepasseerd zijn, word ik door m’n twee vrouwelijke begeleiders toch nog gemaand om te stoppen. Er staat al een grote groep vrouwen met manden vol eten op ons te wachten. Ik wordt gevraagd met mijn rug richting het paleis te gaan staan, waar de fon op de veranda staat. Plots, voel ik iets op mijn billen tikken en hoor tegelijk het karakterestieke gegrinnek van de oude baas. Het duurt even voordat ik door heb dat hij steentjes naar me aan het gooien is. Een ritueel waarvan ik later hoor dat het aangeeft dat de Fon er vrede mee heeft dat een prinses het paleis verlaat en dat ze niet meer hoeft terug te komen. Iedereen ligt natuurlijk in een deuk en vrolijk stappen we nu in een lange stoet richting de feestlokatie. De vrouwen gillen en roepen onderweg om aan te geven dat er een prinses als bruid het paleis verlaat. Achteraf begrijpen we dat omdat Jelle tot notable is geslagen, de Koning verplicht is een van z’n prinsessen te geven als eerste vrouw. Dus een echt koninklijk huwelijk! Over een smal paadje dat over de erven van kleine huisjes voert, zou je dit kunnen ervaren als een soort carnevals optocht. Vrolijkheid en ongedwongenheid alom. Ergens komt een hond niuwsgierig op me af hollen. Ik heb het nooi zo op Afrikaanse honden en ik weet me nog net in te houden voor ik hem met de heilige paardestaart op afstand wil gaan houden. Er wordt flink doorgestapt, want de zon begint al te zakken en ik vermoed dat veel gasten al een lange tijd zitten te wachten.
Bij aankomst wordt ik door Jelle ontvangen. Hij heeft natuurlijk z’n traditionele gewaad aan en dat leuke gehaakte petje. Ik ben blij om hem te zien, maar wordt direct door naar binnen geleid. Daar blijkt niet voor alle konigninnen genoeg plastieken stoelen aanwezig en er breekt een venijnige woordenwisseling los onder het koningklijke gezelschap. Het is misschien wel typerend voor de manier waarop ze binnen de paleismuren leven. Ik kan me voorstellen dat dat niet altijd in harmonie zal zijn. Zo is er ook geen duidelijke hierarchie op basis van de volgorde waarin ze met de fon in het huwelijk zijn getreden. Als iederen zit, maar de sfeer nogsteeds te snijden is, komt Jelle lachend binnen. We voeren een showtje op waarbij we elkaar moeten voeren. Natuurlijk duwt Jelle een forse kippenpoot in m’n gezicht, maar ik laat me niet kennen en neem er gewoon een flinke hap van. Onder luid gejuich van de toeschouwers. Dan gaan we naar buiten en nemen we plaats op de veranda naast de inmiddels gearriveerde Fon. Hij heeft twee vrouwen naast zich gepositioneerd. Ik kan me voorstellen dat dat selectieproces wel weer enige wroeging onder de vrouwengroep heeft doen ontstaan. Ik heb de hele dag amper gedronken en snak naar een biertje. Aan bier geen gebrek, en genietend van de entourage, luister ik naar de speaches van Jelle en enkele andere notabelen. Dat houden ze gelukkig kort, zodat we in het laatste avondlicht nog kunnen genieten van het spektakel dat door de dansgroepen ten beste wordt gegeven. Het is een ware show met zuivere tonen van de balafon gemixt met de opzwepende gerinkel van de met bellen behangen gemaskerde dansers. Een koe-achtig monster met een hertengewei waaraan een (levende!) kip hangt, speelt hierin de hoofdrol. Het rund danst wild en drijgend in de rondte in doet me denken aan de ‘reverants’ die we in Cotonou hebben. Ook wij dansen mee en slaan met houten zwaarden op dit duivels gedierte. Als we ons weer in de comfortabele fauteuls laten zakken hoor ik de Fon weer tevreden grinniken, als een trotse heerser geeft hij zijn volk brood en spelen. Dan is de tijd aangebroken om het banket te openen. ‘The mother dish’ speelt een belangrijke rol, iedereen zit vol verwachting naar de manden vol voedsel te staren. Eerst gaat er nog een mandje rond voor een symbolische bijdrage. Er is een overdaad aan diverse gerechten: vis, kip, rijst, fufu, cocoyam en natuurlijk een aan het spit geroosterd varkentje. Voor mijn gevoel is binnen een half uur alles uitgedeeld en verorberd. Daarna lijkt ook een groot gedeelte van de gasten het voor gezien te houden. Maar, dan knalt ineens de dansmuziek uit de boxen begint iedereen lekker te swingen. De hilarieteit is groot wanneer Jelle overdreven enthousiast z’n danspassen maakt. Toch krijgen we dan weer complimenten voor onze danskunsten, hoewel dat misschien half ook op leedvermaak kan hebben berust. Als het feest ten einde loopt vertrekt de Fon riching het paleis en zitten we nog even gezellig na te kletsen rond het kampvuur. Er gaat een flesje whiskey rond om warm te blijven, want het koelt hier ’s nachts enorm snel af. Als Jelle en ik als laatsten rond het vuur nog even die machtige sterrenhemel boven ons bestuderen, valt er een enorm gevoel van dankbaarheid over me heen. Dat we zo’n speciale dag nog eens samen hebben mogen beleven.
29-12-08 (Jelle)
We hebben het dorp Bafandji vaarwel gezegd en zijn lekker met z’n tweetjes bijgekomen in een hotelletje in Bamenda. We nemen de tijn om nagenieten van zo’n intense ervaring. Zo heerlijk is het om even samen te zijn en te genieten van zoiets simpels als een zelfgemaakt broodje sardines met een kopje oploskoffie.
Vervolgens zijn we een eindje ten noorden van Bamenda in een sprookjesachtig heuvellandschap beland. Bij afwezigheid van een hotel, hebben we onze intrek genomen bij een vriendelijke Amerikaanse familie. De Needhams werken voor de missie der Baptisten. Hun leefwijze doet me sterk denken aan een televisie programma uitgezonden door de Evangelische Omroep. ‘Het kleine huis op de prairy’. Een moralistische Amerikaanse serie over het wel een wee binnen een vrolijk religieus gezin ergens rond de streek van ‘sweet home Alabama’. Cathelijne merkt op dat voor de kinderen des huizes het woord ‘home schooled’ moet zijn uitgevonden. Eigenlijk voelen we ons een beetje ongemakkelijk. We hebben maar gezegd dat we getrouwd waren, maar niet uitgeweid over het (heidense) ritueel dat daarmee gepaard ging. Ach, we zijn de hele dag lekker op pad met onze gids, Sali Buba, die ons meevoert in dit alpine landschap van rotsige heuvels afgewisseld met grazige weides vol vette koeien. We picknicken en eten lekkere broodjes kaas die ze hier zelf maken met een door de FAO gesponsord project. Het is weer even schakelen om ’s avonds met de familie pancakes met maple serup te eten en marshmallows te roosteren bij de openhaard. Ja, die extreme contrasten, die horen echt bij het leven als expat in Afrika. We zijn gelukkig aardig bedreven in het omschakelen geworden en maken er weer een gezellige avond van.
-
16 Februari 2009 - 09:26
Minoes Duindam:
Van Harte Gefeliciteerd! Mooi verhaal en prachtige foto's. Ja, dat is toch wel héél anders dan hier in Nederland, waar de winter maar niet om door te komen is. Geniet van elkaar en ik geniet van jullie belevenissen, hartelijke groet van Minoes -
16 Februari 2009 - 10:25
Jos:
Jelle en Cathelijne
We hebben met jullie genten in Benin. Dit was echt een belevenis voor jullie met jezelf als middelpunt. Een mooi positief verhaal, waarmee je aantoont dat het niet alleen kommer en kwel is in Afrika. Zo kijken wij er ook tegenaan. -
16 Februari 2009 - 12:08
Lineke Duindam:
Gefeliciteerd, doen we in Nederland natuurlijk ook, een echte trditionele Fries Duindamse bruiloft. M'n traditionele jurk al in bezit. We verwelkomen de nieuwe prinses in ons midden. -
16 Februari 2009 - 16:38
Marijke:
Wat een leuk verhaal! En wat een fantastische foto's!
Zo'n warm sfeertje tref je in ons kikkerlandje niet! Maar ach, wij doen het op de schaats!
Liefs Marijke en de jongens -
16 Februari 2009 - 16:57
Sjieuwe:
He hallo,
Dus zomaar getrouwd! Gefeliciteerd! Leuk om te lezen. In april stappen wij ook in het huwelijksbootje.
Groetjes! Sjieuwke -
17 Februari 2009 - 19:26
Elly Van Het NIOO:
Hoi Jelle, Wat leuk om te lezen dat jij en Cathelijne 'getrouwd' zijn! Gefeliciteerd en heel veel geluk samen.
Op het NIOO is er altijd wel 'röhring'. Volgend jaar april gaan wij naar Wageningen (moet ik eerst nog zien) en met volleyballen gaat het op en neer. lieve groeten Elly -
18 Februari 2009 - 15:13
Willy:
Nou wat n leuk verhaal en natuurlijk van Harte Gefeliciteerd prachtige foto's ook we hebben er van genoten.....
Hartelijke groeten van..
Willy en Pieter -
28 Februari 2009 - 15:09
Mo:
Hej die Jelle, getrouwd? Wowww. Gefeliciteerd joh! Wat er al niet allemaal kan gebeuren als je elkaar 'even' niet spreekt... :) -
05 Maart 2009 - 15:10
Jochem:
Hey Jelle, Gefeliciteerd man! Getrouwd, WOW! Geniet ervan. Hier is het inmiddels ook redelijk huisje boomje beestje. Ik goochel op dit moment met 4 banen (salsa, biologie, ict, onderwijs) Houd het lekker afwisselend! Cheerio :)
Reageer op dit reisverslag
Je kunt nu ook Smileys gebruiken. Via de toolbar, toetsenbord of door eerst : te typen en dan een woord bijvoorbeeld :smiley