Veetransport en Sinterklaasoptocht
Door: Jelle
Blijf op de hoogte en volg Jelle Willem
26 December 2006 | Kameroen, Yaoundé
Heerlijk. Na een vermoeiende dag in sprankelend Ibadan heb ik weer een beetje het het gevoel dat ik LEEF! In Afrika. Na twee weken enkel luisteren naar de geluiden die ze voortbracht, werd de aantrekking van de stad ondanks alle goedbedoelde waarschuwingen van collega’s, te groot om te weerstaan. Ik heb er een beetje een fijn ‘high’ gevoel aan overgehouden, maar dat kan ook van de geïnhaleerde looddeeltjes komen, dat in Nigeria als enige van de West Afrikaanse landen, nog aan de benzine wordt toegevoegd.
Een airco gekoelde landrover zit gelukkig niet in mijn cursuspakket, dus mijn Yoruba vriend Michael en ik zijn net als andere Afrikanen gewoon op het openbaar vervoer aangewezen. Het standaard vervoermiddel in Afrika, een gedeukte uitvoering van een Koreaanse minibus, heet hier, een ‘Danfo’. Het is een beproeft systeem in Afrika, de commercieel opererende chauffeur ondersteund door een maatje die zorgt dat het geld wordt geïnd en de bus zo afgevuld wordt met passagiers dat hij er zelf genoodzaakt is om half uit de niet functionerende schuifdeur te hangen. Alles zeer vergelijkbaar met Ghana, maar met dit verschil dat je hier wel moet vechten voor je plekje en vervolgens moet aandringen om je wisselgeld terug te krijgen. Misschien is er echt een verschil in de aard van de mensen of misschien was het gewoon een hele drukke zaterdag en een balorige mate. In ieder geval, na dertig minuten wachten zijn we maar achterop een motor van een duister Chinees merk, waar ook hier de markt mee overspoeld is, gestapt. Na veelvuldig aandringen tot kalm rijgedrag, een extra tip van 20 Naira en navraag van hoezeer het leven van onze bemutste chauffeur hem waard was, durfde ik het aan om achterop te springen. Dat was eigenlijk wel een leuke ervaring. Natuurlijk wel een beetje veel roet en stof happen, maar je krijgt veel leuke reacties van de mensen die achterop de verschillende vehicles hangen. Inspirerend om vanuit dit gezichtspunt de gebruiken van het wegtransport te observeren. Neem nou de aanvoer van worstkoeien naar de stad. Sommige van deze veetransporteurs nemen wel vier runderen opgevouwen in een pick-up op enkele reis naar de stad. De slijmerige koppen hangen met beknelde luchtpijp over de zijschotten, een blauwe tong bungelend uit de beurse, schuimende bek zijn ze opweg naar een beefstew. In een soort trans lijken ze de reis naar hun eindbestemming te ondergaan, de doffe ogen ongevoelig voor de gevaren van het chaotische verkeer. Bovenop dat beknelde koeienvlees gaan met gemak nog een stuk of tien passagiers, waarvan sommige nonchalant letterlijk de koe bij de horens moeten vatten om te voorkomen dat deze er niet door het overige verkeer als een te grote buitenspiegel wordt afgereden. Het kost me enige moeite om me over dit minder diervriendelijke tafereel te zetten en vriendelijk terug te zwaaien.
De meeste inwoners van Ibadan leken nogal verbaasd om een blanke in het openbare leven te zien. En dat laten ze hier merken door hun verbasing om te zetten in een spontane uitroep ‘Igbo’. Das een soort obruni, yovo, mzungu of leblanc voor ander delen van Afrika. Het voelt heerlijk weer al die aandacht en stralende gezichtsuitdrukkingen om me heen. Contact met de man van de straat, even op mijn manier een hartelijk goeiedag en ‘hoe-gaat-het’, soms even een praatje. Dat is toch wel wat ik tot nu toe gemist heb in Kameroen. Mijn small-talk in het frans gaat me niet zo gemakkelijk af.
Erg touristisch is de grootste stad van West-Afrika, zoals ze zelf zeggen, niet; in de Lonely Planet wordt het IITA hoofdkwartier aangeprezen als een oase van rust, waarbij je als tourist aan de gate maar moet zeggen dat je voor ene Dr. Smith komt en dan hopen dat ze je doorlaten. Toch is er op straat is genoeg te beleven voor de liefhebber. Het is schrikbarend druk op straat en niet moeilijk in te denken is dat éénvijfde van Afrika (134 miljoen mensen) in Nigeria woont. Ik moet Michael af en toe een beetje gerust stellen dat ik onze wandeling in de drukke straatjes interessant genoeg vind en niet zo sta te springen om een bezoek aan het enige grote gebouw in de stad. En daar zijn ze nu juist zo trots op. Het ‘cocoa house’, een sombere, betonnen pilaar rijzend uit een roestige zee van golvend plaatijzer. In plaats daarvan gaan we naar het cultural center. Dat staat op het moment in de steigers, maar we kunnen gewoon naar binnen lopen. Een aardige neger laat ons het vervallen gebouw van binnen zien. In het begin weet hij nog niet zo goed om te gaan met deze blanke tourist, tot hij ineens in een bulderende lach uitbarst als ik opmerk dat het kindje Jezus in het kerststalletje, gesneden uit een donkere houtsoort, wel erg veel lijkt op een lid van zijn Ibo stam met die uitstekend ‘cheekbones’. Die had hij niet aan zien komen, blijkbaar. Ach, je gaat je hier heel snel speciaal voelen als je een beetje aandacht geeft en interesse toont. Daarna is het alleen maar dolle pret in de spelonken van dat verlaten gebouw. We dansen op de plûche stoelen van de president in de grote zaal. Dat balorige gedrag moet het resultaat zijn van twee weken in IITA, waar je op je donder krijgt als je over het gazon loopt.
12-12-06 Cotonou (Benin)
Het aangename ritselen van de palmbladeren in de zeebries vanaf de Golf van Benin wordt wreed overstemt door een tweetact motortje dat gillend van overbelasting maïskorrels tot poeder verpulverd. Een man op een soort step-apparaat, dat je eerder in een westerse fitnesszaal zou verwachten, doet op deze ingeneuze waterpomp een verwoedde poging zijn verlepte boontjes en worteltjes in leven te houden.Vanaf het balkon van dit appartementencomplex kijk ik uit over de stoffige straatjes tussen half opgeleverde ambitieuze bouwprojecten waar brommertjes met zware lasten tegensputterend ploegen door het mulle zand. De gemotoriseerde tweewieler bepaald het straatbeeld van economische hoofdstad van voormalig Dahomey. Driftig rokend door de vettige, honingkleurige Nigeriaanse brandstof die overal in glazen flessen (illegaal) te koop wordt aangeboden, bewegen ze roekeloos door de voor mij herkenbare, bijna vertrouwde chaos van het Afrikaanse wegverkeer.
Vier dagen geleden ben ik vanaf Ibadan met een IITA wagen tussen vele moderne gemechaniseerde cassaveplantages naar de grens met Benin gereden. De rit van vier uur werd geteisterd door slecht wegdek en angstaanjagende verkeerssituaties, uiteindelijk resulterend in een kwellende wagenziekte. Erg fijn om midden in de arena van stresserige grenspost taferelen en dominant douanepersoneel een bekend gezicht te herkennen. Met een gevoel van opluchting en opwinding laat ik me in de bijrijders stoel naast Cathelijne vallen om samen het op het eerste gezicht erg geordende niemandsland van Benin binnen te rijden. Cathelijne, een Wageningse econome is op eenzelfde contract IITA binnengerold als ik. Wat kan ik nog meer over haar schrijven zonder er geen persoonlijke lofzang van te maken. Tijdens de Strategic Planning Week in Ibadan waren de gesprekken met haar een feest van herkenning geweest, heerlijk om die passie voor Afrika te kunnen delen. Bovendien is ze niet onknap, dus ik denk dat ik haar wel leuk ga vinden. Zaterdagochtend werd ik wakker in een appartement bevolkt door vier blondines, toch iets waar menig Afrikaanse man zeker jaloers op zou zijn. In haar stoere IITA pickup rijden we via over het strand tussen imposante kokospalmen naar Ouidah, een oud centrum voor de slavenhandel aan de kust. Vanuit Benin, de bakermat van het voodoo ‘geloof’ volgens haar Lonely Planet, is de religie met de slaven naar Haïti verder het Caraïbisch gebied getransporteerd. In de schaduw van een grote Katholieke kathedraal bevindt zich nog een oude voodoo tempel met een indrukwekkende slangenkuil. De met pythons gevulde hut is nog in gebruik in de hedendaagse voodoo ceremonies van de Fon, de grootste etnische groepering van Benin. Cathelijne laat haar een python omhangen als ware het een kralenketting. Het reptiel, koud van de betonvloer, laat af en toe traag zijn gespleten tong uit zijn loomwiegende afgestompte kop door de lucht zwaaien. Het idee om te ontsnappen schijnt niet meer bij hem op te komen, laat staan om een poging te ondernemen het rond haar nek gekrulde lichaam een even flink aan te spannen. Grappig genoeg kan veel spin die eruit ziet alsof hij al eens is platgetrapt op onze hotelkamer die avond haar wel in beroering brengen.
Het is allemaal een beetje vaag wat zich voor de rest in de lemen hutten van het voodoo centrum afspeelt, op een soort offertafel staan glaasjes alcoholdestilaat en hoopjes bruinbesmeurde kippenveren. Om de geesten goed te stemmen worden koeien ook niet ontzien, verzekerd onze gids ons glimlachend. Boze geesten worden met opvallende gevlochten amuletten, die we veel langs de weg zien hangen, buiten de deur gehouden.
Rijdend door een savannelandschap passeren we een lange, slanke man op een fiets met opvallend gevlochten hoed op. Deze Peul doet me denken aan een Massaï krijger uit Oost-Afrika. Ik denk dat hij als lid van de nomadische Foublé op weg is naar z’n kuddes in het noorden.
In de avond discusiëren we in de ligstoelen op het palmstrand in Possetomé over een koude ‘petit Beninoise’ hoeveel we gaan afdingen op onze kamer in dit nagenoeg lege appartementencomplex. Best wel bijzonder dat Cathelijne voorstelt om in een lokaal eetstalletje te gaan eten. Ik dacht altijd dat ik de enige was die het leuk vind om mijn gezondheid te grabbel te gooien in ruil voor niet gegarandeerd lekkere maaltijd. Daartegenover staat wel dat je bordje prut geserveerd wordt met een oprechte glimlach en de zoete smaak van dat ‘echte’ Afrikaanse gevoel, gewekt in de dansende schaduwen op de wanden van een primitief inelkaar getimmerde uitspanning verlicht door enkel een wakkerend vlammetje. Ook aan bewonderende blikken deze keer geen gebrek. Niet van andere gasten, want we waren de enige (betalende) klanten van deze stranttent. We werden gadegeslagen door een groep van 15 lokale hangjongeren. Niet dat onze tafelgewoontes zo interressant voor ze zijn, maar ik kan me goed voorstellen hoe die gasten zich moeten voelen, in zo’n dorp waar op de zaterdagavond ook gewoon helemaal niets te beleven valt. Aardige jongens, vooral voor mijn metgezellin; we storen ons er niet aan. Toch voelde de kleermaker van het dorp zich ineens verantwoordelijk voor onze privacy. In een flits zie ik alle watertandende blikken blikken richting Cathelijne veranderen in een zwerm angstige ogen waarvan het wit fel op lijkt te lichten in het donker. Op het moment dat die ogen als vuurvliegjes uitelkaar stuiven, met het geluid als een kudde opgejaagde gazelles, suizen er een aantal stokken rakelings over onze hoofden. Een beetje glimlachend maken we onze verontwaardiging kenbaar aan onze beschermheer. Met iets van excuses een beschamende grimas verschanst hij zich als een roofdier na een onfortuinlijke jacht zich weer in z’n atelier. Voor die roedel herten het teken om weer geruisloos naderbij sluipen. Op de terugweg naar het hotel vormen de grootste jongens cordon, ons nu op hun beurt beschermend tegen de ‘bandieten’ die ons in de bosjes zouden opwachten. De kleintjes lopen gelijk een verlate sinterklaasoptocht achter achter die blanke goedheiligman met z’n pietermannen aan. Als tegenprestatie beloven we de volgende dag met ze voetballen. Eigenlijk moesten ze naar de kerk, maar voor deze keer mogen ze wel een keer spijbelen, vertellen ze de volgende ochtend. Na het voetballen worden we getrakteerd op verse klappermelk van kokosnoten die een van de jongens dapper van acht meter hoogte in het zand gooit. Als echte Nederlanders knaagt er iets in je, alsof we iets terug moeten doen. Vooruit, ik voel me hier tenslotte ook een beetje Sinterklaas. Als we nog eenmaal achterom kijken zien we een plaatje van vele dolgelukkige gezichten, knagend op de inhoud van een zak strooigoed langzaam vervagen in een opgeworpen stofwolk.
Yaoundé, 17-12-06
Thuiskomen, zo voelde het toen we Yaoundé begin deze week weer binnenreden. Aan de achtergelaten spullen lijkt het erop dat Stefan halsoverkop het huis moest verlaten. Hoewel ik me geprobeerd heb op deze situatie voor te bereiden werd ik ineens wel erg direct geconfronteerd met dat grote huis. Omringt door holle ruimtes en vlaag van eenzaamheid voelde ik me enkel getroost door mooie herrinneringen. Ik moet zeggen dat ik wel een beetje een dipje kreeg, en actief moest omschakelen om weer in het ritme te komen.
Gelukkig werd ik hierbij geholpen door de Hollandse gezelligheid die ik het huis binnenbracht toen ik een aantal biologiestudenten onderdak kon bieden. Met een jeep rijden deze jongens van Zuid-Afrika via de Afrikaanse westkust naar Europa. Onderweg proberen ze alle krokodillen die ze tegenkomen (voornamelijk de exemplaren in dierentuinen en de onfortuinlijke die gevangen zijn voor de consumptie) een tissue sample te nemen en het aantal tanden te tellen, dat soort dingen. Ze hebben me gevonden doordat een van hun een vriend is van een huisgenoot van een vriendin van mij uit mijn studententijd in Leeuwarden. Bizar. Ze nemen het er goed van, wanneer ze weer een paar weken in een hoofdstad vast zitten, door Afrikaanse bureacratie gedwongen te wachten op een research permit. Vooral wat de bier- en vrouwenconsumptie betreft.
Gisteravond was ik uitgenodigd voor een feestje thuis bij de Nederlandse ambassadeur. Gratis Heinekenbier zuipen met bitterballen, had mijn vader me uit eigen tropenervaring van 26 jaar geleden voorspelt. Helaas was dit een beetje een stijve bedoeling in een soort paleis van oude koloniale weemoed. Het soort borrel waar ik me niet meteen op m’n gemak voel. De ambassadeur sprak ook precies zo uit de hoogte met zo’n hete aardappel in z’n keel waar ik al bang voor was. Veel mensen van de ambassade schenen me al te kennen. Vooral van mijn auto, daar schijnen ze allemaal met veel jalouzie naar te hunkeren. Heerlijk vertrouwd dus weer, onder die Hollanders. Waarom ik hier eigenlijk ben kan ik ze maar met moeite duidelijk maken. ‘Cassave, wie heeft dat eigenlijk uitgevonden! Kunnen ze hier niet iets anders verbouwen waar wel enige smaak aan zit?” kraait een zure broedse kip in mijn oor, waarvan de voornaamste bezigheid in haar vervelende, uitzichtloze bestaan het domineren van haar personeel en zich beklagen bij haar onderdanige mannetje moeten zijn.
Gelukkig kwam Arie Haan met z’n gezelschap op een goed tijdstip als ik binnen. Na een ingehouden ‘hey Arie’, herpakte ik mezelf gelukkig snel en sprak hem aan over het feit dat ik al meerdere malen op straat verantwoordelijk word gehouden op de verdwijning van de bondscoach. In de media leek het op een klein relletje, Arie neemt het luchtig op. Hij was gewoon even naar Azië voor zaken. Aardige vent, Haan (voor intimie) heeft alleen een beetje een dikke pens gekregen. Even later staan we samen de vriezer van de ambassadeur met bier (geen Heineken) te vullen, want we hebben natuurlijk geen zin om de hele avond lauwe wijn te slurpen.
Yaoundé, 22-12-2006
Het huis begint langzaam aan te voelen alsof het van mij is. Een paar kamers in het huis heb ik weer opnieuw ingericht met meubels uit de erfenis van mijn begeleider. Na vijf dagen koude oorlog ik heb ook vrede gesloten met de grote solitaire kater die het huis als zijn terretorium beschouwd. Toch voelen het liefkozen van dit huisdier een beetje als vreemdgaan tegenover mij ‘eigen’ kat in Nederland. Een kapotte stereotoren zat ook bij de achtergelaten inboedel inbegrepen. Waar je er in Holland niet meer over peinst om dat ding open te laten schroeven, weet ik nog uit mij tijd in Ghana, dat men daar hier nog wel de tijd voor neemt. Ik sta verbaasd over de werkplaats van deze kreupele technicus. Diverse prehistorische modellen audio-visuele apparatuur staan zo hoog opgetast in z’n zeecontainer. Zo hoog dat hij zelf op de stoep de reparaties, met het dienstweigerende apparaat op schoot, uit moet voeren. Gelukkig is zijn buurman cafehouder van beroep en kan hij in de invallende schemer in het vage schijnsel van de knipperende kerstverlichting van de schuttingbar toch nog zijn werk doen. Om hem heen ligt een interessante verzameling reserveonderdelen, van printplaten tot ontmantelde beeldbuizen. Toch lukt het hem om met een roestige soldeerbout en primitieve multimeter binnen een uur het mankement te isoleren en de versterker en cassettedek in operationele staat te krijgen. Een technisch genie.Vanavond dus een kerstborrel met muziek voor mijn werknemers chez moi.
PS: Nieuwe foto's op photos.yahoo.com/jelleduindam
Album: Cameroon2
-
26 December 2006 - 16:53
Jos:
Wat een leuke berichten Jelle. We worden echt meegezogen de wondere wereld van West-Afrika in.
Wij zijn bijna klaar voor onze aftocht naar Oost in Tanzania. Tot over een week of 5 zullen we maar zeggen. -
26 December 2006 - 19:30
Lineke:
Een echte kerstspecial was het weer. Hoe ging dat vullen van de vriezer met ome Arie? Had hij vast vaker gadaan.
Veel liefs van mij. -
27 December 2006 - 08:24
Gerard:
hoi Jelle,
weer een mooi bericht, ik hoef niet in Afrika te zijn om de sfeer te proeven... Nog de beste Kerstwensen, he, en tot hores. Gerard -
27 December 2006 - 18:19
Yde:
Gelukkig is die vervelende kerst voorbij, hoewel ze in sommige landen dat graag nog een aantal maanden lijken te vieren.Nee, reliegis worden maar al te vaak met bloed gevierd.
Is het niet het bloed van en zekere Jezus, dan is het wel kippe- of erger bloed.
Het maakt indruk.
Voorpagina's van Italiaanse kranten, films etc.
Die rode kerstballen, het morgenrood.
Dan is het binnenste van een cocosnoot aan een zee waarin je niet mag zwemmen een verademing, vooral met iemand naast je die zich ook al verliest in alles wat geweest is en ook nog wat er verder zou kunnen kunnen gebeuren, hoewel minder........... -
28 December 2006 - 09:34
Boki:
Heej Jelle,
Ik wens je een heel fijn 2007!
Liefs, Boki -
28 December 2006 - 12:23
Pien Van Dael:
Ha Jelle,
Ik heb een stukje gelezen, je bent nog niets veranderd zo te zien. Ik ben inmiddels ook even naar Afrika op en neer geweest naar mijn vriendin Barbara, die bij het IWMI in Zuid-Afrika werkt. Ook lekker rondgecrosst in de oude dubbeldekkers die daar rijden.
Een goed nieuwjaar, Pien -
29 December 2006 - 19:57
Willy:
Ha die Jelle ik heb weer genoten van al je belevenissen... wens je een fijne jaarwisseling en alle goeds voor 2007 ook de groetjes van Pieter -
02 Januari 2007 - 10:18
Fedor:
Heej makker!
van de ene insprirende Arie naar de andere zou ik zeggen. Leuke foto's trouwens, briljant die foto van het veetransport. Ongelovelijk. Tsja, het vee heeft daar tenminste frisse lucht om in te ademen.
He, de beste wensen nog!
Groet, Fedor -
10 Januari 2007 - 00:19
Machiel:
'verhaaltjes' noemen ze dit... Maar super, Jelle! Erg goed om te lezen. En herkenning alom natuurlijk, van toen ik jou in ghana meemaakte. Het allerbeste! -
17 Januari 2007 - 13:50
Twee Blondines:
Hallo Jelle
hier berichtje van twee van de vier blondines uit Cotonou. Veel plezier samen in Cameroen
doegg nu uit Wageningen
Saskia en Maria -
09 Mei 2007 - 22:44
Johol:
Keep up the great work!
-
11 Juni 2007 - 16:52
Vince:
Good work! I like it!
[@door27.txt||6||p-21||3|| -
17 Juni 2007 - 06:07
Leese:
Good work! I like it!
[@door28.txt||7||p-31||3|| -
17 Juni 2007 - 06:07
Leese:
Good work! I like it!
[@door28.txt||7||p-31||3||
Reageer op dit reisverslag
Je kunt nu ook Smileys gebruiken. Via de toolbar, toetsenbord of door eerst : te typen en dan een woord bijvoorbeeld :smiley