De cursus: deel 3

Door: Jelle

Blijf op de hoogte en volg Jelle Willem

21 Mei 2007 | Kameroen, Yaoundé

Yaoundé, 18-05-07
Laatste ontwikkelingen
Hoe gaat het ondertussen met Jelle, vraagt men zich misschien af, na zo’n lange tijd van radiostilte. Aan de andere kant, misschien ook niet, het leven gaat daar ondertussen natuurlijk ook gewoon door, met alle problemen, keuzes en uitdagingen die de aandacht opeisen. En daar is ook niets mis mee. Ik merk aan mezelf ook dat het leven me hier minder avontuurlijke overkomt, wat onder andere tot uiting komt in de frequentie waarbij ik denk dat ik jullie iets te melden heb. In ieder geval lijkt ook het leven hier in Kameroen ‘business as usual’ te worden. En eigenlijk voelt dat ook wel fijn. Je overal over moeten verwonderen en je voortdurend het lot van deze armoedige situatie aantrekken kost namelijk ook heel veel energie. Die fase heb ik nu een beetje gehad. Ik trek meer met andere ex-pats op en luister naar Nederlandse radio. Ik word gelukkig van de geluiden van Vara’s Vroege Vogels waar mensen etische vragen stellen bij de webcambeelden in een uilenkast. Een paartje steenuilen schijnt geterroriseerd te worden door torenvalken, kerkuilen en ander schofterige tuig van de richel. “Zouden we niet moeten ingrijpen”, wordt aan een woordvoerder van Staatsbosbeheer gevraagd.
Werkelijk, er is een fijne rust in me geslopen. Ik zoek naar de oorzaak, maar misschien is het ook gewoon een natuurlijk proces waar niet aan te ontkomen valt. Zoekend naar regelmaat zonder teveel verrassingen. Hoewel er best nog wel aardige anekdotes te vermelden zijn misschien, maar het probleem is dat ik ze niet direct meer als zodanig herken. Voorbeeldje (zelf al bijna weer vergeten) van een ontroerende ontmoeting.
’s Ochtends vroeg, ‘before the sun starts biting’, zijn we een nieuw cassave veldje aan het poten. Alle vegetatie is netjes weggebrand, op één laatste boom na. Deze staat pontificaal midden in het veld. Hoewel er weinig leven meer in zit en dus niet direct effect op mijn experiment lijkt te hebben, lijkt het me verstandig om hem om te hakken. Voor het geval hij besluit om te vallen op het moment dat wij onze cassave aan het evalueren zijn. ‘Couper l’abre là’, zeg ik tegen Bashiru, terwijl ik een machete in z’n handen druk. Met enige tegenzin slaat hij het hakmes in de verkoolde schorslaag. Omhoog kijkend verschijnt er opeens een grijns op z’n gezicht. Docteur, “Il y a un petit animal, en haut, dans la tige!“. Direct worden omstanders ingelicht en op stratigische plaatsen gepositioneerd. Goh, ja, nu zie ik hem ook, een wollig eekhoorntje, wakker geworden van de eerste klappen, steekt slaperig z’n kopje uit de holle stam. Het is duidelijk dat de Afrikanen op een andere manier van deze waarneming genieten dan ik. De snelheid waarmee de machete langzaam het hout wegvreet ligt direct een stuk hoger. Het enthousiasme van Bashiru trilt bij elke slag door tot hoog in de stam. Ik stel me voor hoe ellendig het is om te beseffen dat het aftellen begonnen is en elke dreun tegen de stam je een stukje dichter brengt bij een wisse dood. Een gevoel van medelijden bekruipt me, als ik in die grote bruine pupillen kijk, die angstig vanuit de hoogte omlaag staren. Spaanders vliegen nog in het rond op het moment dat de stam toegeeft aan de zwaartekracht. Met het krakende geluid van duizenden knappende houtvezels zien we de stam langzaam omgaan. Maar daar komt ineens die eekhoorn in actie. Nog voor het hout echt snelheid begint te maken schiet het beestje de lucht in. Uit doodsangst, tegen beter weten in, als laatste redmiddel om toch nog te ontkomen. Zo lijkt het, in eerste instantie. Welnu, deze eekhoorn had een weldoordacht vluchtplan, want wat schetst onze verbazing. Hangend in de lucht spreidt het beestje voor en achterpoten en spant daarmee zijn ruimzittende, tot de klauwtjes doorgestiktebontjas tot een soort valscherm. In een prachtige glijvlucht stuurt het knaagdiertje richting de eerste de beste woudreus om na een volmaakte landing in het gebladerte te verdwijnen. Een opluchting voor mij, een onwelkome verrassing voor Bashiru.
Voor de biologen onder mijn lezerspubliek heb ik even opgezocht om wat voor wonderlijk zoogdier het hier gaat. Welnu, we hebben hier te maken met een lid van de familie van de Anomalures (Anomaluridae). Deze boombewoners worden ook wel ‘scaly tails’ genoemd vanwege puntige schubben op de staart voor de grip op een boomstam. De unieke huidlobben die als een membraan gespannen kan worden tussen voor en achterpoten wordt ook wel ‘patagium’ genoemd.

Het is een beetje demotiverend nu ik erachter gekomen ben hoe het onderzoek doen hier werkt. Ten eerste zat er eigenlijk nooit echt een plan achter mijn positie als agronoom voor tropische zetmeelgewassen. In ieder geval weet niemand mijn zogenaamde ‘terms of reference’ te benoemen. Daarnaast is mij zo’n beetje net genoeg onderzoeksgeld toebedeeld voor het bekostigen van de brandstofconsumptie van de auto. Het onderzoeksbudget van dit jaar is dan ook al voor 80% uitgegeven. Eerlijk gezegd stelde me de vaststelling in het begin teleur en mismoedig. Aan de andere kant, nu ik de meeste van mijn plannen en projecten heb afgeblazen, of voor onbepaalde tijd in de ijskast heb gezet, krijgen mijn werkzaamheden ineens een overzichtelijk karakter die ik tot nu toe gemist heb. Niet voortdurend de verantwoordelijkheid van de activiteiten van al die mensen. Dat geeft ruimte om me te concentreren op een paar ideeën met de hoogste potentie. Ik ben overigens niet de enige met budgetaire problemen. Het is echt ongelooflijk om dit mee te maken hier, maar er gaat veel ontwikkelingsgeld verloren door mismanagement, egoistische, wantrouwige onderzoekers, ongecontroleerde dataverzaming... je gaat anders denken over het doen van onderzoek ten bate van lokale bevolking. Uiteindelijk is het ieder voor zich, zoals overal in de wereld.
Ik laat me daar niet in meetrekken hoor. Ik trek m’n eigen plan en zoek mijn onderzoekspartners voorzichtig uit. Ik ben mijn idealen niet vergeten en ik denk dat ik iets kan bereiken, die gloeiende plaat iets af te laten koelen. Maar daarover later meer.

10+1 dagen Benin
Het is op zijn minst opmerkelijk, verbazingwekkend zelfs, hoe snel ik zo ontzettend gesteld ben geraakt op dat meisje dat ik nog maar zes maanden geleden voor het eerst kuste, onder de Nigeriaanse sterren. Na drie maanden zijn Cathelijne en ik we weer herenigd in Benin. Het voelt heel ontspannen tussen ons. We hebben hetzelfde levensritme. ’s Ochends lekker rustig aan, bakjes koffie zetten, broodje jam, en dan rustig aan plannen maken voor een nieuwe dag. ’s Avonds blijkt dat van de plannen weinig terecht gekomen is, maar het toch weer leuke avonturen waren. Zo waren de plannen om te gaan kamperen in een wildpark ‘Pendjari’ in het noorden van Benin. Het is heel leuk om zo door zo’n savannegebied te scheuren en zelf te bepalen hoe lang je wil stilstaan om het wild te observeren. Bij de olifanten blijkt dat je niet te lang moet wachten om je foto te schieten. We verrasten een grote kudde met kalfjes die de weg overstak. Hoe vredelievend deze dikhuiden ook op Discovery-documentaires over de steppes ziet wandelen, bij deze ontmoeting voelden we direct een vijandig. Dat is eigenlijk opmerkelijk, want hoe vaak ben ik in mijn leven in zo’n situatie met wilde olifanten geconfronteerd. Toch hoef je geen ervaren etholoog te zijn om het gedrag, onrustig kwispelen en oren wapperen, te kunnen interpreteren. Toch heel interessant om te zien, zo’n drijhouding van het leidende vrouwtje. Beetje tetteren met die slurf, dat is veel leuker dan ze maar een beetje suf te zien grazen, waarbij ze op de foto’s vaak geheel wegvallen tegen de achtergrond. Helaas bleef het niet bij dreigen. De matriarch besloot aan te vallen, en ik kan je vertellen dat die auto dan ineens heel klein afsteekt. Nog even laat ik de auto staan, maar als ze de aanval echt doorzet, moet ik kleur bekennen. Ik moet niet gaan spotten met oude natuurwetten.
De schrik zat er toen een beetje in, maar bij Cathelijne was immer een onverschrokken vastberadenheid te bespeuren om in dat olifantengebied de tent op te zetten. Ondanks de waarschuwingen van de hotelier eerder die morgen. Ik rijd met een tintelend gevoel van de adrenaline verder, Cathelijne op de uitkijk, staand in de achterbak, me zo nu en dan wijzend op grazende buffels, water- en bushbuck, cob gazelles, badende nijlpaarden en vier wandelende leeuwen. Alle giraffes die onlangs waren uitgezet zijn door die leeuwen opgegeten, vertelde de hoteleigenaar nog, om aan te geven hoe gevaarlijk het wel niet daarbuiten was. Wij vermoeden dat ook het veiligstellen van de clientele van zijn vrijwel uitgestorven uitspanning achter zijn uitspraken zat. Maar ik moet bekennen, geen giraffe te zien. Wel leeuwen en nog meer aggressieve olifanten.
De definitieve ommekeer in onze stemming wordt gemarkeerd door een verlaten terreinwagen die in de verte in het zicht opdoemt. Op onze hoede voor struikrovers benaderen we het tot de assen in de drek gezakte vehikel met uiterste voorzichtigheid. Teksten, haastig met een viltstift op de auto geklad, vertellen het bizarre verhaal. Twee Hollanders en hun driver zijn de vorige dag vast komen te zitten en hebben besloten te gaan lopen. De route die ze nemen staat beschreven, leidt terug naar het hotel. Ze vragen expliciet om hulp. Met een noodgang scheuren we terug onderweil kuddes olifanten en ander wild de stuipen op het lijf jagend. Tijdens de reddingsactie hoop ik stiekem dat de drie nog niet bij het hotel zijn. Het is eigenlijk heel slecht van me, maarja, zo’n heldhaftige daad uitvoeren zonder resultaat is ook een beetje jammer. Helaas voor mij blijken onze jongens al gearriveerd en reeds verder afgereisd richting het vliegveld om hun vlucht naar Holland maar niet te missen. Hoe de safari van potentiele helden door het achterlaten van hun met hulpkreten besmeurde auto, in de sop loopt, deerde ze blijkbaar niet zo. Ik moet bekennen dat ik ook wel een beetje opgelucht was dat het kampeeravontuur niet meer doorgaat. Onze gastheer blijft koppig weigeren toestemming te geven om onze tent te mogen opzetten, hoewel Cathelijne hem het vuur aan de schenen legt. Ik voel me niet lekker ook. Een gevoel van algehele malaise. Zodra ik onder de klamboe lig krijg ik een stevig koortsaanval. Malaria, verdomme, waarom net nu. Achteraf ben ik blij dat ik niet alleen die ziekte moest ondergaan. De vakantie sluiten we af luierend op het strand van Cotonou, waarbij de luchtvaartmaatschappij ons uiteindelijk nog zomaar een extra dag samen trakteerde. Chapeau, Tumaï Air Chad.

Cursus: ‘hoe word ik Afrikaan’. Deel 3
Het integreren van de blanke in deze maatschappij is geen vanzelfsprekendheid. Het lijkt er op dat veel Europeanen zelfs geen poging ondernemen. De kloof, financieel, cultureel, emotioneel, lijkt te groot om te overbruggen. Volledige integratie lijkt mij ook niet nodig, laat staan haalbaar, maar als je er zelf energie in steekt kan je wel een eind komen de samenleving en omgangsvormen begrijpen. Begrip maakt in ieder geval de kloof een stukje smaller en ondieper. De eerste ingang is je openstellen. Dat betekend vooral doen als de Afrikaan. Voetballen is een hele goede opening. Dan ziet men je toch meer als gelijke en eerder bereid je deelgenoot te maken van hun leefwereld. Vanuit een landrover word je op een hele andere manier beoordeeld dan wanneer je op de fiets voorbij komt. Die fiets, ja, die heeft mijn wereld hier duidelijk veranderd op meerdere manieren veranderd. Je bekijkt op de fiets alles vanuit een ander, vrolijker perspectief. Mensen reageren vriendelijker. Sinds ik weer op de trappers sta, merk ik dat alles hier gewoon op fietsafstand is. Die wetenschap geeft me een gevoel van vrijheid en onafhankelijkheid. Daarnaast is het fietsen zelf gewoon een hele fijne beweging, waarbij je je hersenen kan ontspannen en je onbewuste de tijd gunt om zich over ingewikkelde vraagstukken te buigen. Zonder dat ik me het realiseerde, miste ik die trapbeweging heel erg, maar dat is misschien heel persoonlijk.
Terug naar de cursus. Je moet je dus inspannen en je willen verdiepen in de leden van de maatschappij. Het is verbijsterend hoe onder de oppervlakkige buitenlaag van de Afrikaanse gemeenschap, een diversiteit aan ingewikkelde sociale structuren schuilgaan. Het duurt even voor ze je er deelgenoot van willen maken, maar intussen heb ik met de mensen waar ik mee werk een dusdanige band opgebouwd dat ze me steeds meer van hun privé leven toevertrouwen. Ter illustratie geef ik gewoon een aantal voorbeelden geven. Het heeft mij verder geholpen in het bevatten van de maatschappij waarin ik me bevind.

1: Het dubbelleven van Denis
Het forse postuur met gepaardgaande grove motoriek van Denis Akempo, mijn dayguard, staat in groot contrast met z’n zachtaardige karakter. Denis is iemand die je zou definieren als een lompe goedmoedige reus. Hij is ook nog eens van adelijke afkomst. Z’n vader is de koning van een stam ergens in de West-province. Hij is nummer 46 in de lijn van troonsopvolging van meer dan tweehonderd nakomelingen, maar dat doet er nu even niet toe. Feit is dat hij me een inkijk gegeven in z’n privé leven en dat is niet zo vanzelfsprekend. De open maatschappij is voor mijn gevoel vooral open in de oppervlakkige communicatie waarbij taboes angstvallig vermeden worden. Sexualiteit en affectie tonen naar je partner is een verdraaid lastig te begrijpen onderwerp. Onder mannen wordt gemeenschap met vrouwen, en dan het liefst zovaak mogelijk, als recht van de man gezien en is statusverhogend. Dit in contrast met afstandelijkhied en discretie waarmee mannen en vrouwen met elkaar omgaan in het openbare leven.
Denis verteld over zijn leven als bachelor. Hoe hij meisjes ergens in de bush of op straat tegenkwam. Op een bepaald moment komt er dan overeenstemming tot stand om geslachtsgemeenschap te hebben. En dan gebeurd dat gewoon, niet ver van de plaats waar de beslissing genomen werd. Soms toonde Denis in deze situatie zijn generositeit door haar achteraf wat geld toe te stoppen, maar hij zegt dat dat beslist geen verplichting was. Zo verliepen de jeugdjaren van Denis, zoon van een vader die zelfs als koning, een goede scholing voor zoveel kinderen niet kon bekostigen. Men kan denken dat bij deze onthullingen van Denis enige grootspraak te bespeuren valt. Hier kan ik alleen tegenin brengen dat mijn gevoel zegt dat dit niet het geval is.
Tegenwoordig is hij een trouwe echtgenoot met vier zoons bij zijn vrouw en twee zoons bij zijn vaste vriendin. Hij weet de vriendin voor zijn vrouw verborgen te houden en weet zich heel goed te redden in zijn dubbelleven. Hij verteld dat hij van beide vrouwen houdt. Beide geeft hij elke maand zakgeld van 20.000 CFA. Dat betekend dat hij aan zijn vriendin elke maand 20% van zijn loon kwijt is. Als ik hem vraag wat er zou gebeuren als hij haar een maand geen ‘allowance’ zou verstrekken, reageert hij nuchter: “dan zou ik haar heel gemakkelijk kwijt kunnen raken voor een andere man met geld, en dat wil ik niet”. De liefde lijkt dus van één kant te komen, maargoed, dat is mijn interpretatie. Elke vrouw kost nou eenmaal geld, dat nemen de mannen hier aan als een vast gegeven. Hoe meer geld, hoe meer vrouwen. Om van zijn vriendin zijn wettige echtgenoot te maken, heeft Denis al diep in de buidel moeten tasten. Een vergissing van hem was om te willen huwen met een meisje uit een ander dorp. ‘Dan gaat je schoonfamilie je altijd bedriegen met een veel te hoge bruidsschat’, verteld hij mismoedig. Het was voor mij ook verbazend om te zien wat er zelfs na stevig onderhandelen en afdingen de prijs die voor haar hand betaald moest worden. Een opsomming: 2 geiten en een bok, 60 liter palmolie, 120 liter palmwijn, 3 zakken zout, 100 liter rode wijn, een varken en 350 duizend CFA (+/- 800 euro). Ik kan me ineens indenken dat het ‘bezitten’ van meerdere vrouwen echt een teken van status en rijkdom is.

2. De tragedie van Joseph
Het hebben van kinderen in een relatie is hier iets dat deel uitmaakt van een stilzwijgende wet. Er wordt werkelijk aan je mannelijkheid getwijfeld als je na een jaar huwelijk nog geen kinderen bij vrouw (of vriendinnen) hebt verwekt. Dit is de frustratie van Joseph Feulefack, die bij mij als socioloog in dienst is en de interviews bij de boeren afneemt en uitwerkt. Met z’n gedrongen postuur en intelligent ogende brilletje wekt hij snel sympathie bij de boeren die we soms met intieme vragen moeten lastigvallen, maar dit terzijde.
Leedvermaak valt hem ten deel, nu hij al drie jaar getrouwd is, maar nogsteeds kinderloos. Moedeloos durft hij toch te vertellen over zijn obsessie en zijn tot nu toe vruchteloze pogingen. In Duitsland heeft hij tijdens zijn opleidingsperiode een ‘spermcount’ laten doen. “Het probleem ligt niet bij mij”, zegt hij mismoedig, “ maar bij de onvruchtbare schoot van mijn echtgenote”. “Gewoon blijven proberen”, zeggen we hem om hem wat moed in te praten, maar eigenlijk tegen beter weten in. “En niet vergeten er ook nog een beetje van te genieten, Joseph, dat verhoogt de kans op conceptie”. Het zou niet het eerste huwelijk zijn dat sneuvelt om diezelfde redenen.

3. Japheth en de sociale tereur van de stam
Japheth Chia is weer een ander geval. Hij lijkt echt heel trouw aan z’n verloofde, die hij uit z’n eigen dorp heeft uitgezocht en beide families zijn het eens met de relatie. Een bruiloft is op handen. De banden met het dorp zijn nauw, zoals bij alle Kameroenezen die het platteland verlaten hebben voor de grote stad. Maar de achterblijvende familieleden verwachten wel een behoorlijke tegenprestatie voor de dorpse jeugdjaren. Aan de andere kant worden mensen die nog op het platteland leven vaak als onbeschaafde wilden omschreven door de stedelingen. De status van degene die zich in de stad weet te vestigen stijgt dus aanzienlijk, maar deze verworven sprong op de sociale ladder moet wel een prijs betaald worden. Dit komt met name tot uiting bij ceremonies waarbij van een iedere (voormalig) dorpeling een bijdrage wordt verwacht. Zo moet Japheth zich zeer keer op keer naar het dorp spoeden als er weer een oud-tante of achter neefje overleden is. Door de dorpsoudsten wordt een enorme sociale druk uitgeoefend om bij de begrafenis aanwezig te zijn. Afwezigheid zonder zeer goede reden zal nooit vergeten worden en kan leiden sociale buitensluiting of zelfs tot het inzetten van zwarte magie. Nou, ik kan je vertellen dat Afrikanen daar als de dood voor zijn. Altijd als er iemand ergens zou zijn vermoord, wordt er geïnformeerd naar de oorzaak. Was er sprake van fysiek geweld of dju-dju? Japheth zit dus behoorlijk in de tang. Naast aanwezigheid bij de ceremonie, die meestal meerdere dagen in beslag neemt, wordt ook een fysieke bijdrage verwacht. Bij begrafenissen is het in zijn geval het doneren van meerder geiten die na een offerritueel worden geconsumeerd door de nabestaanden. In andere dorpen kunnen dit ook kippen, varkens of koeien zijn, maar bloed moet er in ieder geval vloeien. Ik spreek hier nota bene over het dorp van Japheth, maar je moet je dat dorp voorstellen als een etnische groepering, compleet met eigen culturele gebruiken, fon (chief of koning) en een eigen taal. Van Japheth, die een heel bescheiden salaris bij mij verdient, wordt een grote bijdrage verwacht, die bij zijn status als stedeling past. Zo blijft hij een gevangene in zijn familiare netwerk, waarbij al zijn spaargeld naar de dorpsgemeenschap terugvloeit zonder dat we nu werkelijk van vooruitgang en ontwikkeling kunnen spreken. Een lening is daardoor heel erg moeilijk, want bij de eerste de beste begrafenis verdwenen. Geld voor een investering in een eigen zaak is niet op te sparen binnen het systeem waarin hij verkeert. Het lijkt hem zelf ook af en toe te frustreren, maar wat doe je eraan...?

  • 21 Mei 2007 - 19:23

    Marijke:

    We hebben weer heel wat geleerd Jelle!
    Bijzonder om al die tradities eens onder ogen te krijgen!
    Jeetje, je zult wel hebben "gevlogen" met die auto, om die mensen te vinden!
    Wel jammer van je malaria, hoop dat het niet te vaak en te snel weer terug komt.
    Lekker dat je met je 2-tjes was.(heb je je een beetje laten vertroetelen door Cathelijne?}

    We blijven je volgen!
    Liefs ook van Henk en Yuri

  • 21 Mei 2007 - 20:11

    Lineke:

    Tussen het opruimen door lekker je verhaal gelezen. Doe ik vast nog wel een paar keer.
    Wat een kanjer zou Ed zeggen, met de groeten. Veel liefs van mij

  • 21 Mei 2007 - 20:43

    Jos:

    Erg mooi beschreven Jelle. Ieder huisje heeft zo zijn/haar kruisje zeiden we heel vroeger, toen geluk nog zo gewoon was. Die auto moeten we ook nog weer eens achteraan voor onze grote vriend.
    Ik ben blij dat je op een creatieve manier uitweg weet te vinden uit de jungle van expats en fondsenjagers.

  • 21 Mei 2007 - 20:52

    Willy:

    weer een prachtig verhaal Jelle.....

  • 22 Mei 2007 - 13:09

    Daniel:

    He Jelle,

    dat zijn toch mooie avonturen. Ik kan me helemaal vinden in het fietsen. Ik merkte ook dat toen ik de fiets weer had, dat ik een stuk rustiger werd en me een stuk vrijer voelde. Misschien zit dat gewoon in het bloed van 'ons' nederlanders:)

    Daniel

  • 24 Mei 2007 - 19:05

    Roland (JungleBob):

    Hee Jelle!

    Eindelijk een berichtje van mij, terug in Nederland inmiddels, als laatste van de groep krokvangers. Ik heb net internet geinstalleerd in mijn nieuwe huisje in Ridderkerk. Ik werk nu voor Nestle Purina Petcare (honden- en kattenvoer), en werk in mijn vrije tijd aan het onderzoek (1 oktober deadline voor first draft...). De landcruiser is inmiddels verkocht en een peugeot 307 is ervoor terug gekomen. Ik moet nog steeds met Steef en Daan afspreken, die het razend druk hebben met hun bedrijfje, en het hele land doorreizen (al is dat, in vergelijking met Kameroen, nu ook weer niet zo'n prestatie...). Anyway, binnenkort wat meer inhoud!

    Groeten,

    Roland

  • 26 Mei 2007 - 20:13

    Mo:

    Hey Jelle! Mooie vertelling weer! Tjonge, ik kreeg er wel een beetje een steen van in mn buik, van die laatste verhaaltjes over hoe het er aan toe gaat in de cultuur waar je je in verkeerd. Arme Joseph & Japheth... Wel zeer interessant om te horen! En over dat het moeilijk is te integreren; ik denk dat jij van alle blanke die ik ken wel degene bent die vanzichzelf al het meeste 'Afrikaan' is, komt wel goed dus denk ik! ;)Ik mail je snel even weer eens!

  • 30 Mei 2007 - 20:29

    Yoko:

    Japheth moet gewoon uitleggen hoeveel hij verdient en dat zijn geld beter besteed kan worden. Ook lijkt het me verstandig om de dorpsoudsten over te halen om knolgewassen te offeren, of bijv. een lekkere appel.
    Maar ze gaan natuurlijk aan de zuip en lusten hooguit een appelflap, beignet de pomme zal het wel heten in het Kameroenees.
    Als ze niet mee doen ontwikkelt hij zijn eigen dju-dju maar. Die ouwe kerels, daar moet hij niet zo zwaar aan tillen.
    Hij heeft vast ook geen ziektekostenverzekering en pensioenopbouw waarschijnlijk ook nog niet van gehoord.
    Dus die cursus loopt voorspoedig, maar als je Afrikaan bent ben je us Jelle niet meer.
    Twee Jelles in een persoon dat wil je dus.
    Een fiets helpt dus al. Wordt je regelmatig ingehaald door andere fietsen? Steek je de hand goed uit? Is een ligfiets niet beter om nog sneller Afrikaan te worden? Te weinig geld is er sowieso altijd in Afrika,
    want dat zit maar al te vaak achter het Zwitserse Bankgeheim, laat die Zwitsers maar lopen of fietsen die hebben ook zo hun dju-dju. Onze minister president heeft er ook vast stage gelopen.
    Nog naar de parade op onafhankelijkheidsdag gekeken of heb je ook meegelopen als Afrikaan?
    Hier in Wageningen gaan deze parades ook een bedenkelijke kant op. Maar ja er is al een tijd geen oorlog geweest en op een gegeven moment moet het maar weer eens....

    Mooi verhaaltje over dat eekhoorntje. Heerlijk zo'n onschuldig diertje vergeleken met grote mensen.

    Vanavond een mailtje van ligfiets. Ik had hem nogal bang zitten maken over Afrika volgens zijn buurvrouw. Maar hij stuurt me nu toch een berichtje. Hij is al een maand in Kameroen geloof ik. Hij is nu met een ligfiets bezig Afrikaan te worden. Misschien haalt Patrice je wel in!
    Hier is zijn adres:
    www.ligfiets.110mb.com
    PRTPRTprtprtprtpprrtprrrtprrtrrrrrrrrrrrrt



    ppppppppppprrrrrrrrrrrrrtttttttttttttttppppppppppppppprrrrrrrrrrrrrtttttttttttt

  • 10 Juni 2007 - 11:42

    Meüs En José:

    Ha die Jelle,

    Weer genoten van je verhalen. Blijven fietsen, zou ik zeggen. Ik ga binnenkort naar Amersfoort verhuizen!
    Groeten, José

    Ha die Jelle dierbare Neef.

    Dat digitale tijdperk...! Ben ik weer je site kwijt dus afhankelijke van José en haar brommende machientje. Ga ik misschien overnemen, lekker langzaam dat geval dus prachtig voor mij.
    Genoeg over mijzelve; Afrika en jij in de vorm van verhalen (Schrijft!!!) en Fietst. Over de liefde gaan we apart eens praten want ik hoorde....!.

    Hé geniet, beleef en Sterkte tot Augustus?

    Ome Meus (die graag weer je berichten ontvangt: m.stellingwerf@legerdesheils.nl).

Reageer op dit reisverslag

Je kunt nu ook Smileys gebruiken. Via de toolbar, toetsenbord of door eerst : te typen en dan een woord bijvoorbeeld :smiley

Verslag uit: Kameroen, Yaoundé

Leven en werk als expat in Kameroen

Landbouwkundig onderzoeker

Recente Reisverslagen:

14 September 2009

Afscheid van Kameroen

16 Februari 2009

White man does traditional mariage

10 December 2008

Hernieuwde start

22 September 2008

Hernieuwde start

28 April 2008

Mijmeringen op de zondagavond

10 April 2008

Het geheim van de grot

29 Februari 2008

Situatie geforceerd onder controle

27 Februari 2008

Situatie verslechterd

26 Februari 2008

Onrustig in Kameroen

09 Januari 2008

Popular justice

19 December 2007

Niets aan de hand in Togoland

05 November 2007

Een dagje veldwerk

26 Oktober 2007

Zelfreflectie na een jaar Kameroen

21 Mei 2007

De cursus: deel 3

30 Maart 2007

Roundtrip Cameroon

22 Januari 2007

Avonturen in de avonduren

26 December 2006

Veetransport en Sinterklaasoptocht

29 November 2006

IITA Hqt Nigeria

03 November 2006

fieldwork and workshop

20 Oktober 2006

Appeltaart en wildschotel

09 Oktober 2006

Cursus: Hoe word ik Afrikaan

28 September 2006

Contact info + eerste foto's

28 September 2006

La première semaine à IITA

23 September 2006

bananen, bananen en nog eens bananen

19 September 2006

Jelle gaat lekker

07 September 2006

Jelle......wat ga je doen.....in Kameroen!?

18 Februari 2006

Nog eens teruglezen?
Jelle Willem

Landbouwkundig onderzoeker in de tropen

Actief sinds 30 Nov. -0001
Verslag gelezen: 467
Totaal aantal bezoekers 58134

Voorgaande reizen:

18 September 2006 - 23 September 2009

Leven en werk als expat in Kameroen

Landen bezocht: