Het geheim van de grot
Door: Jelle
Blijf op de hoogte en volg Jelle Willem
10 April 2008 | Kameroen, Yaoundé
De zondagavond. Een fijn moment om mijn dagboek eens bij te werken. Ik bevind me op dit moment midden in die korte periode vlak voordat je zeker weet dat er een enorm onweer zal losbarsten. De lucht is zwanger van de energie. Geïoniseerde spanning vol verwachting op wat komen gaat. Het machtsvertoon van natuurkrachten die schuilen in grillig vertakte schichten gevolgd door rollende donderslagen. Genietend van de bescherming van een veilig huis en niet weerloos dobberend op zee, is het niet moeilijk van dit schouwspel te genieten, ook al boezemt het ergens een diep ontzag in. Echter overheerst een prettige tinteling, iets van sensatiezucht, zoals ik die ook voelde op het hoogtepunt van de ‘voedselrellen’. Inmiddels is de rust is wedergekeerd onder de Kameroense bevolking. Er zijn toezeggingen gedaan vanuit de overheid om een aantal primaire levensmiddelen in prijs te verlagen. Rijst, bloem, zout, zeep en cement worden blijvend in prijs verlaagd. Middels belasting verlaging ofzo, denk ik dan, niemand weet precies hoe dit kan worden gefinancierd uit de staatskas. Je kan toch niet zomaar prijzen aan de private sector van bovenaf opleggen? Ook de salarissen van alle ambtenaren gaan met 15% omhoog, en daarbij ook een stevige verhoging van de huurtoelage. Iedereen is verbijsterd dat daar ineens geld beschikbaar voor is. Voor mijn gevoel kan dit geen duurzame oplossing. Ik zou meer heil zien in het stimuleren van lokale voedselproductie en verwerking, zodat je niet meer afhankelijk bent van buitenlandse markten. Daarnaast creëer je zo ook een stukje werkgelegenheid in eigen land. Enfin, door al die perikelen heb ik mijn verslag van een bezoek van Cathelijne aan Kameroen nog niet gepubliceerd. Hier alsnog het stukje tekst toegevoegd.
Yaoundé, 1 februari 2008
Cameroon viert een bescheiden feestje. Ik zeg bescheiden, omdat de verwachtingen van ´de ontembare leeuwen´ hoog zijn. Het is leuk om samen met Kameroenezen de wedstrijden van de African Cup of Nations te volgen. Het leeft hier enorm. Twee dagen geleden zaten Cathelijne en ik nog op een voetbalveldje in Limbe. We genieten van een korte vakantie in een klein vissersplaatsje in het zuidwesten van Kameroen. Op een groot scherm wordt de tweede helft van de wedstrijd tegen Sudan op een groot scherm geprojecteerd. De eerste helft moesten we ons nog behelpen met kleine tv toestelletjes. De duisternis wilde maar niet in vallen, waardoor de bal niet goed te volgen was op de opgehangen lakens. Ja, als ik aan de tegenstander denk, dan is het voetbalelftal wel het laatste wat er in me op komt. Maargoed, wellicht schept enige nationale eenheid, het aanmoedigen van gezamenlijke helden op voetbalschoenen. Helaas valt er deze ronde niet zoveel te juichen. Kameroen wint met 3-0. De Sudanezen mogen weer naar huis.
In Yaoundé keken we bij mijn voormalig radio reparateur. Hij had nog twee toestelletjes in z´n vitrine staan, waarvan één duidelijk wachtend op een dringende reparatie, maar voor de gelegenheid beschikbaar gesteld voor toegestroomd publiek. Er wordt heftig gediscussieerd over het niveau van de verschillende spelers van de Duitse bondscoach. Op sommige momenten zou je zomaar kunnen denken dat ze met elkaar op de vuist gaan. Maar dan ineens barsten ze samen in lachen uit en slaan elkaar goedmoedig op de schouder. Zo kan het ook, uiteindelijk zal Kameroen pas in de finale sneuvelen. Tegelijkertijd speelt zich om je heen altijd Afrikaanse straattheater af. Kleine tragedies, die gemakkelijk de aandacht afleiden van het enthousiaste, maar chaotische Afrikaanse voetbal. Een klein dramatisch geval werd bij m’n vriend Dennis in de handen gedrukt. Een schattig peutertje is door de moeder tijdelijk achter gelaten bij haar zus, die de naastgelegen kroeg uitbaat. De moeder had zelf andere dingen te doen. Sinds die tijd leert het meisje overleven tussen de cafébezoekers. Bij Dennis is ze in goede handen, maar aan de geconditioneerde handeling waarmee ze de bierfles aan haar mond zet, bewijst ze dat niet alle stamgasten zo verantwoordelijk zijn. Het is moeilijk om je het lot van zo´n hummel niet aan te trekken, maar meer dan haar pleegmoeder inlichten over het gevaar van alcohol gebruik bij jonge kinderen kan ik niet. Niet altijd makkelijk om zo direct te worden blootgesteld aan de realiteit van het Afrikaanse stadsleven.
Samen met Cathelijne gingen we de volgende dag de bush in voor het afnemen van interviews. Richting het zuiden, lijkt de situatie redelijk hopeloos. Kleine dorpsgemeenschappen diep in de ondoordringbare wouden. Ze kampen met allerlei primaire gebreken, daar in dat benauwende groen. Die jungle is verre van een paradijselijke plek, het imago dat ook ik had van het regenwoud, voordat ik naar Kameroen afreisde. Mensen leven in een heel kleine wereld. Iets dat ook mentaal zijn uitwerking lijkt te hebben in een gelimiteerde denkwereld en moeizame langetermijnplanning en kortzichtigheid. Een NGO probeert daar landbouw productiviteit te verhogen middels het aanmoedigen van het werken in groepen en een begin te maken met machinale verwerking van de cassave. Een nobel streven, bewonderenswaardig ook. We bezoeken zes groepen die de NGO van machines heeft voorzien om een zwaar onderdeel in het verwerkingsproces van de cassave over te nemen. De machines werken op benzine of diesel en stampen de cassavewortels tot pulp waarna het verder kan worden opgewerkt voor consumptie. Cathelijne en ik doen een studie die zich richt op de potentiële impact van introductie van deze machines. Hoeveel boeren maken gebruik van hun diensten en gaan ze er op hun inkomen op vooruit? Wat zijn de kosten en de baten en hoe duurzaam kan de groep uiteindelijk de machine draaiende houden. Een sterk groepsgevoel en onderling vertrouwen is hierin zeer belangrijk. Sommige groepen lijkt het te lukken. Echter voor sommige lijkt de introductie van de machine juist voor een splijting binnen de groep veroorzaakt te hebben. Het zich organiseren van een groep mensen is lang zo makkelijk nog niet. Naast dat je moet beslissen wie voorzitter, penningmeester en secretaris wordt, moeten er ook beslissingen genomen worden over de locatie van de machine en wie verantwoordelijk wordt gesteld voor het bedienen en het onderhoud. Opvallend is dat zich dan ineens mannen gaan bemoeien met de cassave verwerking, traditioneel een taak uitsluitend weggelegd voor vrouwen. Ik neig sterk naar een andere optie. Het verstrekken van een microkrediet aan een zelfstandig ondernemer, die daarmee zelf een machine aanschaft en zo rendabel mogelijk zijn bedrijfsvoering opzet. Dezelfde investering, zonder dat je voortdurend kopzorgen hebt over eerlijk gebruik van de service en de inkomsten. Het is fijn om m´n gedachten zo te kunnen delen met Cathelijne. Elke avond koken we met wat we op de lokale markt tegenkwamen. Na het werk, waarbij we overigens best veel inspiratie hebben opgedaan, zijn we met een goed gevoel op de bus gestapt. Even weg uit dat bos, ik lijk er als Friese ‘klaaiklût’ wel claustrofobisch van te worden soms. Lekker naar zee, de wind door de haren. In Limbe vonden we wat we zochten. Zon, zee, strand, heerlijk op rust. ´s Avonds geroosterde vis en calemares eten op het strand. Langzaam dronken worden van de grote flessen bier. De goede kanten van het leven als ex-pat. Vanaf de vissershaven, vanwaar elke dag diverse bootjes de lagune verlaten, regelen wij ook zo´n kano met zeil voor een tochtje richting een van de vele onbewoonde eilandjes voor de kust. Een stevige wind blaast ons met een bloedgang de baai uit. Even waan ik me met een stevige vier op de Oudegaaster Brekken. Het gevoel is hetzelfde, gedragen worden door de wind, het gorgelende geluid van het kielzog achter de boot. Onze vijf meter lange schuit heeft echt veel weg van een kano. Met krammen zijn de spanten aan elkaar gezet waarna de naden met een soort specie zijn dicht geprut. Desalniettemin moet er om de 3 minuten gehoosd worden. Het water klotst woest op de klippen van de eilandjes die we naderen. De vijf losse eilandjes bestaan uit vulkanisch gesteente en vormden niet lang geleden naar verluid een groot eiland. De kracht waarmee de golven op de rotsen kapot slaan maakt het redelijk ontoegankelijk en niet het bounty-eiland dat we verwacht hadden. Toch kunnen we aan de lijzijde landen op een klein strandje. De twee jongens die met ons mee zijn maken een nerveuze indruk. Ze zijn bang voor de djudju praktijken die er door de voormalig eilandbewoners nog worden beoefend. Ze raden verdere verkenning van het eiland dan ook af. Sja, , als je weet dat er ergens boven je wellicht een geit wordt geofferd om deze onwelkome gasten met kwade geesten te besmetten, dan is het romantische meteen ook wel een beetje weg. Maar weer te water dan, maar het zeil mag niet meer omhoog. Het plastic zeildoek, dat met mast en giek een mooi topzeiltje vormde, is niet geschikt om mee tegen de wind in te kruisen of überhaupt scherper dan halve wind mee te zeilen. Ook van ons werd verwacht om mee te peddelen, terug richting de haven van Victoria, zoals het stadje ooit binnen het Britse Imperium was gedoopt. In die tijd natuurlijk ‘notdone’ voor een blanke, nu blijkbaar heel gewoon.
6-4-2008
Tijdens de paasdagen een reisje gemaakt naar het Engelstalige Noord-Westen van Kameroen. Samen met Lucas, waarmee ik op woensdagavond altijd dineer, hebben we op uitnodiging van Japheth (een collega) een bezoek aan zijn dorp gebracht. De route richting het westen is altijd fraai. Vanuit Yaoundé zie je het landschap langzaam veranderen van een dunbevolkt bosgebied naar de dichtbevolkte vruchtbare akkers van de Westelijke Provincie. Daarna klimmen we omhoog naar een plateau van boven de 1200 meter waar hoge heuvels zijn ingepakt in een groen grasdek. Hier en daar prikt een rotspunt door de deken. De dalen zijn permanent bewoond. Kleine dorpen bestaan uit solide ogende huisjes verstrooid rond een kleine kern. Intensieve terrasbouw wordt tot ver tegen de heuvels op bedreven. De akkers zien er geordend uit.
Een struweel van stikstofbindende bomen wordt structureel worden ingezet om de grond op de helling te fixeren en van stikstof en organische stof te voorzien. Tevens vormt het een bron van brandhout, dat hier een schaars goed is. Op de heuvels wordt langhornig vee geweid door de Foulani, een volk dat van nature is vergroeid met het rund. Met hun lichter gekleurde huid, rank postuur en smal hoofd met vriendelijke gelaatstrekken vormen ze een fysiek herkenbare groep. Met hun semi-nomadisch levenswijze lijden ze een min of meer fysiek gescheiden leven van de dominante Bantoe bevolking. In het gebied bevinden zich verschillende kratermeren, duidend op een vulkanische activiteit. Die mooie ronde heuvels zijn voortgekomen uit van oorsprong scherpe rotspunten, bedenk ik me zo. Over vele eeuwen zijn de scherpe randjes verdwenen en is het tot een afgerond sprookjeslandschap geërodeerd. In het stadje Fundong maken we kennis met de lokale notabelen, zoals we dat als blanke gasten gewend zijn. Enthousiaste mannen, trots op hun dorp nemen ons mee op een historische reis over de ontstaansgeschiedenis van het dorp Abuh. Ooit, leefde men vredig samen met de stam in een dorp op de Ndop vlakte. Het (bijbels aandoende) verhaal bleef geconserveerd door mondelinge overlevering, maar daardoor mogelijk ook blootgesteld aan al dan niet moedwillige aanpassing en geleidelijke evolutie. Het begint met een vredelievend volk dat worstelt met de problemen met de voedselvoorziening en overpopulatie. Het dorp, bestond uit twee groepen met hun eigen Fon. De twee wijze mannen namen het besluit om elk een huis te bouwen, waar een groep mannen in zou worden geleidt. Een vuur zou dan op natuurlijke wijze de bevolkingsdruk reduceren tot een lager niveau, eerlijk verdeeld over de twee groepen. Een van de twee Fon’s was helaas een bedrieger. Door een achterdeur in het huis aan te brengen konden zijn mannen aan de dood ontsnappen. Zonder z’n sterke mannen was zijn rivaal natuurlijk weerloos. Uit schaamte koos deze voor zelfdoding. Zijn volk vluchtte, zich vasthoudend aan de laatste strohalm. In z’n laatste adem gaf de Fon ze een opdracht mee: ‘ volg het spoor van de python, waar het spoor eindigt zal je een nieuw bestaan op kunnen bouwen. Opvallend dat de slang hier als een verheven dier wordt gezien, in tegenstelling tot verhalen uit de Bijbel.
Het is ’s ochtends zes uur wanneer we met motoren over rotsige kronkelpaadjes richting het dorp brommen. Als de zon haar eerste licht in de vallei in laat stromen, wordt alles overgoten met een laagje pure helderheid. Hoog op het plateau tonen kleuren en contrasten zich met een krakende frisheid. We klimmen jubelend uit het dal, het eerste onderdeel tocht richting een heilige vleermuizengrot. Een ingesleten voetpad voert ons tussen akkers uiteindelijk naar een met gras begroeide een kam. Deze leidt naar het plateau, waar we een heerlijke koeiengeur opsnuiven. Even later stuiten we op twee Fulani herders die op pezige ponies hun kudde door een riviertje loodsen. Die omhoog gekrulde hoorns imponeren van korte afstand. De beesten ogen schichtig. De glanzend bruine huid, glimmende neus en toch vriendelijke ogen. Er zit wat meer vuur in die ogen dan onze doorgefokte Friese zwartbonte. Hierna dalen we af in het community forest, officieel vogelreservaat aangewezen door Birdlife International. De mannen spreken in gewichtige termen over het veiligstellen van bedreigde planten en vogelsoorten en zelfs het broeikaseffect wordt genoemd. Even doorvragen en je komt erachter dat ze eigenlijk helemaal niet zo blij zijn dat er zomaar potentiële landbouwgrond geconfisqueerd is, zonder dat daar ook maar voor enige compensatie gezorgd is. Ik kan me die frustratie goed voorstellen. Dan ineens zijn we bij de grot. Eenmaal per jaar mogen de dorpelingen oogsten. Een mooi duurzaam concept, waar wij als westerlingen die het broeikaseffect hebben uitgevonden, nog wat van zouden kunnen leren. De grot zit propvol voedzame fuitbats, waarvoor men veel zorg draagt dat deze niet uitsterven.
Beneden in het dal belanden we middenin een authentiek djudju ritueel. De gemaskerde dansers voeren een spectaculaire act op aangejaagd door haastige trommelslagen. Boeiend om te constateren hoe de locale culturele tradities in ere worden gehouden. Ook de Fon heeft hier nog een veel meer dan ornamentele waarde, maar vertegenwoordigd nog een belangrijke plaats in het lokale gezag. We mogen hem een met whiskey volgeschonken koehoorn uit handen nemen nadat we een donatie hebben gedaan voor de constructie van het dak van een lokale lagere school. Japheth drukt ons op het hart om nu even niet over de grot te beginnen…
-
10 April 2008 - 10:31
Yoko:
Hè hè,
eindelijk weer bericht de droge tijd depressies zijn gelukkig weer overgedreven........... -
10 April 2008 - 10:39
Cathelijne:
Mooie avonturen Jelle, en je scherpe observaties zoals gewoonlijk geweldig beschreven. Heerlijk om het zo levensecht mee- en her te beleven. -
10 April 2008 - 15:09
Marijke:
Het wordt nu wel weer spannend met die vleermuizen, heb je ze nu wel of niet gezien?
Liefs Marijke en de jongens -
10 April 2008 - 17:37
Jos:
De hele dag in de zon aan het werk en dan 's avonds de koehoorn met wiskey van Jelle. Wat een mooie verhalen uit Bamenda-land. Ik zie je nog lopen in de lokale klederdracht.
Maar gauw weer een verhaal, Jelle. We zijn eraan verslaafd -
10 April 2008 - 19:29
Lineke:
Mooi beschreven, heerlijke avondmijmeringen na een voor mij fysiek vermoeiende dag, de duizend boompjes zitten erin. -
14 April 2008 - 21:33
Joris:
Weer mooi van genoten op een rustige maandagavond.
Ga zo door broer, en je hebt zo je eigen bijbel. -
17 April 2008 - 15:01
Ronald:
Komt toch naar huis mijn jongen!!
Reageer op dit reisverslag
Je kunt nu ook Smileys gebruiken. Via de toolbar, toetsenbord of door eerst : te typen en dan een woord bijvoorbeeld :smiley