Afscheid van Kameroen
Door: Jelle
Blijf op de hoogte en volg Jelle Willem
14 September 2009 | Kameroen, Yaoundé
Woensdag 1 September 2009, tegen zessen in de avond
Met een licht gevoel van opluchting gooi ik m’n rugzak op het stapelbed van mijn slaapcabine. Met de slaaptrein naar Ngaoundéré, de ‘Transcamerounaise’ neem ik even afstand van het lichtelijk stressvolle werkende bestaan in Yaoundé. Hoewel er misschien niet altijd even veel te doen is op kantoor, ervaar ik dat toch elke dat weer anders. Ik heb me wellicht toch een beetje een chaotische manier van werken aangeleerd, denk ik achteraf. Ik maak wel lijstjes met actiepunten, maar dan alleen in m’n hoofd, en daar vergeet ik dan al snel weer de helft van. In de avond ben ik moe, maar toch beklijft een gevol van een weinig productieve dag achter de rug te hebben. Dat moet ik straks in Nederland anders gaan aanpakken. Ik heb een baantje voor twee dagen in de week als milieukundig adviseur bij een adviesbureau dat werkt aan het opwekken van biogas uit GFT afval. Ik verwacht in eerste instantie een iets eenvoudiger dagindeling, zonder het hoeven aansturen van een onderzoeksteam. Die verantwoordelijkheid ineens voelde heel lang als een last waar ik nu pas gewend aan ben aan het raken. Afijn, nu eerst vakantie. Een beetje stiekem, want ik heb volgens mij niet zoveel officiele vakantiedagen meer, maar dat zal ze bij IITA een zrog zijn. Ik voel me voldaan, zo uit het venster starend, over een paniekerige menigte heen kijkend, die met grote pakketen ook een plaatsje in de 2de klasse willen bemachtigen. Voor mijn eerste klas kaartje heb ik zelf tweemaal drie uur in de rij gestaan. Ik zit in een degelijke wagon waarvan de kunststof tussenmuren met roesvrijstalen strippen afgemonteerd. Daar is na nationalisatie van de spoorwegen tijdens de onafhankelijkheid midden jaren zeventig vorig eeuw weinig onderhoud aan te pas gekomen. Op het perron loopt de enige andere blanke, een beetje verdwaald om zich een te kijken. In een gesprekje met hem, we zijn inmiddels onderweg, vertelde hij fotograaf te zijn. Ingehuurd om de flashy folders van natuurbeschermingsorganisaties te vullen. Bruce geeft me z’n kaartej waarop aangegeven staat dat hij ‘Central African Immage Specialist’ is. Ik ben lichtelijk verbaast als ik mer dat hij geen woord frans spreekt. Z’n materiaal heeft hij dan wel weer goed voor elkaar en verder is z’n hele reis puik geregeld door een professionele touroperator.
Om negen uur ’s avonds wordt het diner geserveerd. Rijst met vleessaus, helemaal niet verkeerd. Ik babbel gezellig met mijn kamergenoot, een Burkinabé die in Bamako (Mali) voor AproCA werkt. Deze overkoeplende organisatie van alle Afrikaanse katoenproducerende landen. L’association de producteurs de coton africains is volledig in handen van Afrikanen zonder buitenlandse steun of andere westerse inmenging. Ze zorgt zowel voor gecoordineerde verkoop van de katoenvezels als voor de gesubsidieerde aanvoer van kunstmest en pesticiden. Prachtig voorbeeld van hoe Afrika in staat is zichzelf te organiseren en activiteitn voor plattelandsontewikkeling te ontplooien. Zo’n groot contrast met de gefragmenteerde cacao- en cassaveboeren uit de bosbebieden. Volgens Dioma in dat dit probleem gelieerd aan de gemakzuchtige levenswijze waar je in het bos, waar voedselbronnen divers en immer in overvloed voorradig zijn, mee weg komt.
Onderweg houdt de trein halt bij tientallen stationnetjes, schijnbaar midden ‘en brousse’. Er wordt allerlei koopwaar te koop aangeboden. De reizigers slaan gretig hun voorraden bâton de manioc, honing, mandarijnen en andere vruchten in. Uit de belangstelling van de jeugd maken we op dat er een schreeuwend tekort aan lege flessen heerst in deze halteplaatsen. Met smachtende blikken zingen ze hun verzoek langs de vensters: “bouteille vide, bouteille vide, bouteille vide!!!”.
Om 12.00 uur komen we in Ngaoundéré aan, zo’n 600 km ten noorden van Yaoundé. We bevinden ons hier op het gresvlak tussen Noord en Zuid Kameroen, van savanne en regenwoud, van islamitisch en christelijke invloedssfeer. Het is tevens het eindstation van de transkameroen express.
Vrijdag 3 September 2009
Waar Ngaoundéré zich op ht Adamaoua massief bevindt, op zo’n 1200m boven zeeniveau, gaat mijn reis per bus verder naar Garoua. We verlaten de rode laterietgronden en dalen af naar de vlakke delta van de Bénoué rivier. Onderweg verandert het landschap van van intensief bewerkte landbouwgronden naar een sprietige savanne met lage bomen en taaie doornstruiken. Pas wanneer we Garoua naderen zien we weer bebouwing verspreid in het landschap en de eeuwige boerenveldjes. De aanwezigheid van grote aantallen ezels valt op. Ze zien er erg knuffelbaar uit, met hun vriendelijke uiterlijk. Ze worden gebruikt als lastdier en als trekkracht voor de ploegschaar. Prachtige pluimen gierst, in rijen netjes in het gelid, wuiven over de velden. Kleine rietgedekte hutjes gaan volledig schuil achter deze zee aan golvend graangewas. We zijn al bijna drie maandin in de regentijd, verteld Hamadou me, als we in de provinciale hoofstad zijn aangekomen. Hij is de zoon van de chef van onze administratie op kantoor van IITA-Cameroon. Hij neemt me mee naar de oevers van de Bénoué, alwaar hij uitleg geeft over de teelt van de gierst (sorghum). Eerst wordt een bedje vol zaailingen gecreerd, di op een later moment in het seizoen, wanneer de oevers van de rivier zich hebben teruggetrokken, in de achtergebleven kleilaag worden uitgepoot. Een enorm karwei, zeker vergeleken de cassaveteelt in de zuidelijke bosgebieden, maar men weet hier wat werken is, verzekert Hamadou me.
Zaterdag 4 September 2009
We brengen een bezoek aan de hydro-power dam van Lagdo. Een prachtig voorbeeld van positieve Chineese interventie in Afrika. De chinezen hebben een prachtig vismeer en water reservoir gecreëerd in een gebied waar water periodiek een schaars goed is. Naast de watervorziening zorgt de stuwdam in de Benoué ook nog eens voor ongekende hoeveelheden electrische energie. Maar een van de vier turbines is op dit moment in gebruik, verteld Hamadou me. Er zijn inmiddels onderhandelingen met Tsjaad om de hoofdstad Njamena aan deze betrouwbare en gratis stroombron te koppelen. Nadelig bijeffect van de stuw in de Benoué is wel dat stroomafwaards alleen nog in de regentijd de rivier navigeerbaar is, en dan alleen nog met houten korjalen. Nigerianen gebruiken de rivier als smokkelroute om hun goedkope benzine, sandalen en nep auto-onderdelen te ruilen tegen voedsel. Voornamelijk rijst, mais en gierst. Eind van de middag rijden we over een onverharde ‘piste’ naar het dorp Bé, waar mijn chef, Aboubakar, is opgegroeid. Zijn broer is er de traditionele leider. Omdijkte veldjes voor de natte rijstteelt passeren we nu ook veelvuldig, maar dan opeens stuiten we ook op een groot vluchtelingkamp. Op de haastig inelkaar gezette hutjes en tenten van zeildoek prijkt trots het logo van de UNHCR en UNICEF. Het zijn de laatst overgebleven groep van de horde Tsjaadsche vluchtelingen die niet terug kunnen of willen na een al lang vergeten oorlog. Dat is ook Afrika, besef je je dan ineens. We rijden maar snel door. De traditionele leider heet hier de lamido is vergelijkbaar met de Fon in het Noordwesten van Kameroen, maar dan een islamitisch versie ervan. Ik word vanzelfsprekend met alle egars ontvangen en word direct bij de de lamido ontboden. Ik moet het verhaal ontkrachten dat ik als grootinvesteerder een snijbloemenhandel op ga starten. Kalm neemt hij het ter kennisgeving aan. Ik had Aboubakar beloofd de mogelijkheden voor zo’n project te evalueren, maar reeds op de heenweg werd ij duidelijk dat hiervoor de afstand tot een internationale luchthaven toch echt te groot is. Desalniettemin is het een schitterend open gebied, die me weer een beetje aan Holland doet denken. Niet in de laatste plaats door de heerlijke, vertrouwde geur die de koeien verspreiden. Ook het kalme, ingetogen karakter van de Foulbé (of Foulani) past beter bij me dan de opdringerige en luidruchtige bosbewoners.
Het dorp Bé blijk meer een soort regio met her en der campementjes uitgestrooid in het landschap. Het geeft de indruk dat dit gebied redelijk dichtbevolkt is. In kronkelende beddingen stroomt troebel bruin water. Deze mayo’s, die in de droge tijd droog staan, dooraderen deze regio, en voeden de machtige Bénoué, die hier z’n oorsprong vind. Qua huizenbouw valt op dat elke woonlokatie bestaat uit een verzameling van 3 tot 6 ronde boukarou’s. Deze hutjes zijn opgebouwd uit gestapelde aarden briketten, aanelkaar gekit met klei en leem. Het geeft een organische tint, samen met het rietgedekte puntdakje geeft het idee dat ze spontaan uit de bodem zijn verrezen, zonder tussenkomst van menselijke activiteit. De lemen ommuring doet vermoeden dat we niet mogen weten wat zich daarachter afspeeld. Een andere verklaring lijkt er niet te zijn. Wilde dieren zijn er immers allang niet meer, afgezien van die ene hondsdolle hond, en de slavendrijvers zijn ook vertrokken. Het blijft onduidelijk waarom die vervelende muurtjes overal opduiken, zeker als ik me bedenk dat Afrikanen in het algemeen nooit zo op privacy gericht zijn. De nacht brengen we door in een stenen huis van de zoons van de Lamido. We eten wat er door de vrouwen na het doorbreken van de Ramadan op de tapijten op de vloer gesterveerd wordt. Maccaroni in oliesous, oliebollen (beignets), gefrituurde bonenpasta van cowpea (niébé) en gezoete gierstepap (bouie). Na het diner brengen we nog een bezoek aan de lokale cinema. Een tv met dvd-speler staat in de opnlucht opgsteld voor een rij bankjes. Elke nacht worden hier schietfilms voor een kwartje per persoon vertoont. Het blijkt een populair tijdverdrijf in de lange donkere avond in Bé.
Zondag 5 September 2009
Terug in Maroua drinken we nog maar een kop mierzoete thee, Hamadou en ik. Zonder bier is thee het alternatief. Ik bedank hem voor zijn vriendschap, van de afgelopen dagen. Maroua is mijn volgende destinatie, 300 km verder noordwaards, richting de Sahel.
Maandag 6 September 2009
Opvallend in Maroua, direct wanner je de stad binnenrijd, zijn de geweldige neembomen die de straten in de binnenstad flankeren. Verder wordt ook hier, zoals in Garoua, het straatbeeld bepaald door de op uit Nigeria gesmokkelde benzine tuffende brommertjes. Brandstof in diverse honingtinten wordt in plastic flessen langs de weg verkocht. De matige kwaliteit uit zich in de driftig uitgespoten uitlaadgassen, die als een blauwe walm blijft hangen tussen de laagbouw. Wat dat aspect betreft lijkt het hier erg op Cotonou, en de geur van de brommertjes brengt me dan ook direct terug naar Benin. Winkeltjes verkopen allen dezelfde langhoudbare producten: bussen melkpoeder, blikjes sardienen, lange linten van zakjes Omo waspoeder, rollen biscuitjes enzovoort. Hier nog wel opvallend veel kleermakers, die de kleurijke, charmante gewaden aan de man brengen. Traditionele kleding is hier in het noorden nog de mode. Uitgezonderd de tijdloze teenslipper, zijn het de jeans en t-shirt die de moderne jongere in de steden in het zuiden draagt.
In de avond wordt de drang me teveel. Ik smacht naar een verfrissend glas bier in deze stoffige stad. In het beste logement van de stad, Relais de Porte Mayo, vind ik wat ik zoek. Op het moment dat ik het koude glas aan m’n lippen zet zie ik in m’n ooghoek een bekende verschijning opdoemen. Eerst twijfel ik nog even, maar als ik de leren laarzen met de zandkleurig bodywarmer combineer, kan het niet missen. Het is Bruce, de fotograaf. Hij ziet er slecht uit. Malaria, is z’n eigen diagnose. Al snel taait hij weer af naar z’n kamer en ik blijf zitten met z’n travel agent, Gordon. Deze Kameroener heeft wel wat te vertellen, dus het wordt een leuke avond. Met zijn bedrijf, www.centralafricatours.com heeft hij vele filmcrews me het Congobekken in genomen. Hij is net terug uit de Centraal Afrikaanse Republiek waar hij een Amerikaanse filmproductie heeft begeleid met de verfilming van het leven van een Amerikaanse vrijwilliger in de jungle. Morgan Freeman speelt de hoofdrol. Met die Hollywoodproducties worden kosten nog moeite gespaard. Er is een heel dorp verrezen in de jungle met een wagenpark van 80 jeeps. Dagelijks wordt een charter toestel met vers eten en drinken uit Douala ingevlogen. De lokale bevolking staat perplext, maar weet al snel mee te profiteren. Het heeft de lokale economie op z’n kop gezet. Ik probeer me een voorstelling te maken van het schrijnende contrast tussen luxe uit het westen midden in de matriele armoede in de jungle. Hoe zou zo’n Afrikaan zichzelf voelen in zo’n situatie?
De volgende dag staat Rhumsike op het programma van Bruce. Ja, natuurlijk kan ik meerijden. Om half zeven klaar staan.
Dinsdag 7 September 2009
De weg naar Rhumsiki is veel langer en slechter dan verwacht. De weg slingert door het Mandara gebergte, dat de natuurlijke grensafbakening tussen Kameroen en Nigeria vormt. De campementjes zijn hier ommuurt met een stenen wal. Keurig zijn de kijen in elkaar gepast, om ons ook hier het zich op wat zich aan de andere kant afspeelt te belemmeren. Dit gebied wordt bevolkt door argrarische Kirdi volkeren. Dit containerbegrip is ingevoerd door de Foulbé (het betekend heidens in het Foulfouldé), en omvat alle etnische gropen die zich niet wilden bekeren tot de Islam. Tijdens de jihad die het pastorale ruitersvolk van de Foulbé voerde in de 18de en 19de eeuw, terroriseerde hun cavalerie de vreedzame argrariers. Wanneer men zich niet bekeerde tot de Islam, viel met ten prooi aan de razzia’s van de slavenhandel. De slaven werden via een transsahara route met soudanese en arabische krijgsheren verhandeld en bestond al veel eerder dan de Europese mensenhandel over zee. Als reactie daarop vluchtten de meeste animistische volkeren de bergen in, waar ze een goed bestaan konden opbouwen op de vruchtbare vulkanische bodems en redelijk veilig waren voor de plunderingen van Foulbé krijgers.
Bruce is nog steeds ziek. Ik heb begrepen dat hij sinds z’n aankomst twee weken geleden alleen op Quakers Oatmeal en bananen heeft geleefd. Ik herinner me inderdaad zijn enorme voorraad bussen havermout op het treinstation in Yaoundé. Ik had toen aangenomen dat het proviant was voor een langdurig verblijf in een wildpark. Nu blijkt dat hij op rantsoen is omdat hij het afrikaanse eten, zelfs dat van de goed hotels waar hij logeert, niet vertrouwd. Sjonge, denk ik dan.
Rhumsiki staat beken om z’n welhaast betoverende maanlandschap. Vooral de magische rotspartijen, die als basalten kolommen in het landschap staan, zijn imponerend. Ik lees dat het restanten zijn van lavaproppen, die zich in de kraterpijp van de originele vulkaan bevonden. Over miljoenen jaren is de vulkaan zelf vergruist door erosiewerking, maar het keiharde basaltgesteente is hier vooralsnog tegen bestand gebleken. Ik kan me zo voorstellen dat in vroeger tijden deze machtige torens een veilig gevoel opgeroepen moet hebben. Als enorme wachters ter bescherming tegen die smiechtige Foulbés. Bij aankomst kruipt Bruce meteen in bed. Na een vermoeiende afdingprocedure maak ik een wandeling met een lokale gids door de vallei. Schoorvoetend loopt hij voor me uit, klagend over z’n lage salaris. Hij pakt me terug door de wandeling enorm in te korten. Daar baal ik wel van, maar zijn prijs was echt astronomisch en absurt. Dat zie je veel in touristische gebieden, dat beinvloed de lokale bevolking niet altijd in positieve zin, en dat laat ik hem dan ook even fijntjes weten. Nouja, toch wel even fijn de benen gestrekt. Ik kom erachter dat de bewoners van dit gebied uiteindelijk toch nog allemaal gestrikt zijn voor het geloof, maar deze keer met minder harthandige methoden door onze eigen missionarissen. De rest van de middag breng ik door in mijn boukarou, een ruime ronde hut met een geweldige badkamer met warm water boiler. Beetje suffen, slapen, lezen en een stukje schrijven. Het is veel te heet voor andere activiteiten en het tochtje met die vervelende gids het me ontmoedigd voor het ondernemen van meer wandeltochten. Gordon, de reisleider van Bruce verveelt zich, dus steekt hij maar weer eens van wal met een verhaal over zijn verwende westerse klanten op ontdekkingstocht in Afrika. Vooral de Centraal Afrikaanse Republiek lijkt in trek. Alleen de hoofdstad Bangui van deze gefaalde staat is momenteel geasfalteerd. Misschien mede daarom bestaat er nog zo’n enorm maagdelijk regenwoud. Op een enkele pygmee na woont er niemand. Ja, een gefaalde staat, zoals je er meerdere hebt in Centraal Afrika. Gordon weet me fijntjes te vertellen hoe de meeste machthebbers in deze landen door het westen in het zadel geholpen en gehouden zijn, soms ten koste van een democratisch gekozen kandidaat. Zo gaat het verhaal over Congo-Brazzaville in ieder geval, toen de nieuwe president een voor Frankrijk lukeratieve olieconsessie aan ELF onwettig te verklaren. Ook de recentelijke opvolging van Omar Bongo door zijn zoon Ali in Gabon zou bedacht zijn door de Fransen om hun economische belangen veilig te stellen. Vandaar de brandstiching in het Franse consulaat in Libreville. Er zit wel wat in die theorie. Waar geld op het spel staat, gelden prioriteiten in internationale betrekkingen als democratie en goed bestuur even niet meer. Een hinderlijke constatering voor een ontwikkelingswerker.
Woensdag 8 September 2009
Het gaat echt snel achteruit met de gezondheid van Bruce. Z’n situatie is nu echt zorgwekkend, dus rijden we rond een uurtje of acht in de ochtend richting Maoua. Dat is eerst weer 50 kilometer onverhard, alvorens in Mokolo weer over asfalt te rollen. Ik heb nog drie dagen voor ik vanaf Maroua terugvlieg naar Yaoundé, dus ik besluit hier afscheid te nemen van mijn vrienden. Mokolo is een ingeslapen stadje met lintbebouwing rond de centrale doorgaande weg. Weinig touristisch, dat merk je meteen aan de kinderen die niet meer om ‘cadeau, cadeau’ jengelen.In een kleine auberge buiten de stad neem ik mijn tijdelijke intrek. Het herniewde contact met het telefoonnetwerk laat metteen m’n mobiel trillen. Werk aan de winkel, weg vakantiegevoel. Om één uur rammel ik en na briefkaart gepost te hebben in een volgens de Bradt-guide bijzonder armetierig, maar bij nadere inspectie byzonder capabel postkantoor, zoek ik een eettentje. Eten van de straat is mijn gewoonte geworden. Ik ben er nooit echt ziek van geworden. De keren dat ik ziek werd was na bezoek aan een prijzig restaurant. De eettentjes waar een ‘bon maman’ in grote potten de sausen en gierst laten pruttelen hebben over het algemeen een ruime clientele en als gevolg is er een snelle doorstroom van ingredienten in de keuken. De risico’s die kleven aan de consumptie van die zogenaamde ‘streetfood’ worden dan ook volgens mij schromelijk overdreven. Vandaag staat een gekookte deegpasta van mais (boule) met rundvleesbouillon op het menu. Een guave krijg ik als toetje cadeau van de restauranthoudster. Ik wandel rustig terug onder een dreigende wolkenlucht, die altijd zo rond het einde van de middag over komt drijven. Voor morgen heb ik een afspraak met Michel gemaakt voor een wandeling door het rurale omliggende gebied rond Mokolo.
Donderdag 9 September 2009
Het is kwart voor zeven als ik wakker wordt onder mijn geïmproviseerde klamboe. Het is in dit hok zo vergeven van de muggen dat ik tijdens het smeren van mijn broodjes voortdurend in beweging moet blijven om die rakkers me van het lijf te houden. Ik heb een potje pindakaas bij me, uit de winkel van de Amerikaanse Ambassade. Ik heb uitgevonden dat dit spul eeuwig houdbaar is, ook onder extreme omstandigheden. Het is praktisch als een welkome afwisseling van het omeletje, en zoals nu, wanneer een ontbijtservice ontbreekt. Michel staat al klaar als ik me buiten de poort presenteer. Hij is lid van de Maffa, een stam van argrariers die zich hier in dit gebied gevestigd hebben. We lopen door glooiend gebied met hier en daar ‘rocky outcrops’. Die keien worden overal ingezet als eerste klas bouwmateriaal. Ook hier verbaas ik me over de hoge bevolkingsdichtheid. Voortdurend lopen we langs akkers vol sesam, katoen, rijst, sorgum, gierst, bonen en soya. Die laatste is een relatief recent ingevoerd gewas, geïntroduceerd een missionaris, verteld Michel. Waar de mais er als miezerige gele sprieten bij staat, spuit het sappige lover van de soyabonen uit de grond. Goeie zet van die pater, maar sinds iedereen dit gewas omarmt heeft zijn de prijzen op de makrt gekelderd. Helaas voor de boer, maar wel weer positief voor de consument.
Op de top van een heuvel picknicken we met gesmeerde broodjes en een soort taaie versie van een komkommer. Michel verteld over zijn studie in Ngaoundéré en zijn vakantie bij z’n familie. Hij is somber over zijn kansen op de arbeidsmarkt na zijn studie en nu hij geproeft heeft van het comfort van de stad, voelt hij er weinig voor om als afgestudeerde terug te keren naar zijn dorp van herkomst. Hij toont een bijzondere leergierigheid, vooral als ik hem vertel over de gebruiksmogelijkheden van de Jatropha plant. Ook hier staat de struik met haar oliehoudende zaden overal als erfafscheiding aangeplant. Van de mogelijkheid om er biodiesel uit te persen had hij nog nooit gehoord.
Tijdens de wandeling valt op dat geiten, schapen en ezels allen met een koortje aan de voorpoot aan een struik of steen zijn vastgezet om te voorkomen dat ze zich aan de gewassen tegoed kunnen doen. In het bosgebied scharrelt alles gewoon gezellig los rond het huis, maar zijn de akkers noodgedwongen een eind van de boerderij verwijderd. Hier staan de huizen verspreid in het gebied met de percelen voor voedselproductie er omheen. Die korte afstand tussen de woon- en werk lokatie maakt de drempel om even naar de akker te lopen een stuk lager, lijkt me zo. Dat is misschien ook een verklaring waarom de velden er zo verzorgt uit zien. De hutjes zijn gedekt met de stengels van sorgum, samengebonden tot een rieten hoed met vrolijke pluim. De taaie stengels kunnen wel 10 jaar blijven liggen.
Rond twaalf uur richt de zon ongenadig haar zonnestralen op ons. Ik trakteer Michel op een colaatje in de krog een geef hem een fikse fooi. Om half twee neem ik de bus terug naar Maroua, waar ik dan nog een dag heb om te relaxen. Onze bus raakt onderweg met een gangetje van 50 km per uur de kop van een grote ram. Het voelt als een enorme klap. Als we achterom kijken zien we hem groggy opstaan om daarna een paar keer met z’n machtig gekrulde horens te schudden en z’n blik weer op z’n kudde richten. Ook de Kameroeners in de bus zijn verbaast.
Donderdag 10 September 2009
Het is tien uur in de ochtend en er hangt een verlammende hitte in de straten van Maroua. Net m’n omeletje gegeten langs de straat, maar even rustig uitbuiken daar beviel me niet door al die dampen van het brommerverkeer. Die benauwdheid ben ik ontvlucht naast de ventilator op m’n hotelkamer. Deze dag, deze vakantie, hebben me de tijd gegeven terug te kijken op drie jaar werken en leven in Kameroen. Ik zal mijn reflecties van indrukken en ervaringen proberen samen te vatten door middel van een interview van tien vragen met mezelf.
1. Heeft je werk aan je verwachtingen voldaan?
Gedeeltelijk. Ik had nooit voorzien zoveel vrijheid in invulling van mijn werkzaamheden te hebben. Zoveel zelfs dat het naar mijn smaak riekte naar onverschilligheid vanuit IITA. Ik had moeite met de plotselinge verantwoordelijkheid en de afwezigheid van een organisatiestructuur. De grootschalige reorganisatie en het persoonlijke leed dat gepaard ging met de ontslagen heeft me erg aangegrepen. Ook het gebrek aan collega’s en de individuele manier van werken van de onderzoekers in het algemeen vond ik vervelend en verontrustend.
2. Heb je toch het gevoel een positieve bijdrage geleverd te hebben?
Ja, dat gevoel heb ik wel. Mijn manier van werken, minder autoritair, gericht op partnerschap en in open dialoog met de boeren, heeft wel goed uitgepakt. Ookal was dit de eerste periode wel erg wennen, voor zowel boeren als mijn technisch assistenten. Management ervaring had ik niet, dus ook van mij werd behoorlijke aanpassing verwacht. Dit heeft geleid tot persoonlijke en professionele vorming van mijzelf, maar ook voor mijn assistenten, die een meer pro-actieve houding hebben gekregen. De focus op de boer als ervaringsdeskundige heeft geholpen onze onderzoeksonderwerpen in te kaderen en daarmee relevanter onderzoek met een potentieel grotere impact. Concreet voorbeeld hiervan is het werk dat we met groenbemesters hebben gedaan. Een vergeten onderwerp in de agronomie, maar nieuw leven ingeblazen nadat we erachter kwamen dat boeren spontaan tot adoptie over waren gegaan. Dit was vooral op basis van hele andere redenen, dan die waarmee de technologie aanvankelijk gepromoot werd.
3. Wat vind je de belangrijkste achievements in je werk?
Ik denk dat de workshop die we recentelijk georganiseerd hebben om de groenbemester technologie te promoten onder andere boeren organisaties mijn ‘finest hour’ in drie jaar Kameroen was. Het mooie was dat we een balans vonden tussen onze wetenschappelijk gestaafde resultaten en de praktijkervaring van boerden die de technologie al op hun akkers toepasten. Daarnaast ben ik ook trots op onze cassavemolentjes, waarmee we de aandacht van een grote donor getroken hebben. Deze gaat zich in de komende jaren inspannen voor verder distributie van dit simpele, doch effectieve machientje voor de verwerking van de cassave wortels.
4. Wat waren je moeilijkste momenten tijdens je werk?
Veldwerk, waar vaak zo romantisch over gesproken wordt, was voor mij vaak echt afzien. Ik was veel in het veld, waar de brandende hitte en benauwende vochtigheid mijn hersenenpan lieten koken. Om je dan toch goed te blijven concentreren op het zorgvuldig verzamelen van wetenschappelijke data bleek uitermate uitdagend. De hitte beneemt je totaal de eetlust, waarop onvermijdelijk een hongerklop volgt. Ook was het ontvangst van sommige boeren en dorpelingen soms ontmoedigend. IITA stond bekend om haar vrijgevigheid, kwam ik achter. Ook dat was een punt dat ik rigoreus veranderd heb. Veel data ben ik verloren, omdat ik de boeren niet etaalde om op hun eigen cassavevelden onkruid te wieden. Hierdoor selecteerde ik wel de meer progressieve en geinteresseerde onderzoekspartners. Daardoor viel het enthousiasme van de participerende boeren me in het begin erg tegen, aangezien men verkeerde verwachtingen van mij had. Toch sta ik nog steeds achter deze aanpak.
5. Hoe is het expat leven je bevallen?
De stad Yaoundé was voor mij niet altijd de meest prettige leefomgeving. Mensen hebben hier veel negatieve vooroordelen tegenover de blanke expats. De stad kent verder veel luchtverontreiniging die samen met de hitte een fiets- of wandeltocht ontmoedigen. De expat-community is in deze politieke hoofdstad met al z’n NGO’s en diplomatieke vertegenwoordigingen wel groot, dus ik had toch wel een ruime keuze in de personen met wie ik om wilde gaan. Ik ging veel met de jongere generatie om, waar ik leuke weekenden mee door heb gebracht op het strand of de bergen van Kameroen. Nadeel was wel dat ze vaak maar voor kortere tijd bleven. Veel afscheid nemen dus. Dat was soms vervelend, maar het biedt ook de mogelijkheid om veel interessante mensen te ontmoeten. Buiten de expat-gemeenschap heb ik maar weinig vrienden opgedaan. Dennis natuurlijk en een aantal collega’s van IITA en de leden van de Hash hardloop groep. Het enorme welvaardsverschil staat in de meeste gevallen een echte vertrouwensband in de weg. Verder heb ik nooit echt kunnen wennen de permanente bewaking voor mijn huis en het opgesloten gevoel wat j overvalt binnen de hoge ommuring. Aan de andere kant had ik wel een schoonmaakster en er is altijd veel tropisch fruit en scharrelvlees. Het Nederlandse eten heb ik niet echt gemist, veel is gewoon in de supermarkt te krijgen, afgezien van een grofvolkoren boterham met leverworst en een glas karnemelk.
6. Je bent vroeg in je expat-leven in contact met Cathelijne gekomen. Hoe is die lange afstandsrelatie je bevallen?
Dat ik al in de eerste maanden betoverd werk door Cathelijne heeft de rest van de periode in Kameroen natuurlijk danig gekleurd. We wisten beide dat het geen gemakkelijke tijd zou worden, maar als het over liefde gaat kun je niet zo makkelijk een rationele beslissing nemen. Het was ook niet echt een beslissing, het was gewoon een feit, een kleine opdracht die we moesten vervullen. Dat viel natuurlijk niet altijd mee, maar over het algemeen is het makkelijker gegaan dan verwacht. Het was een avontuurlijk idee, elke keer als we bijelkaar op bezoek kwamen, leerden we elkaar een beetje beter kennen, en werd bevestigd dat het klikte. Dat was wel spannend, maar het werkte, vooral met dank aan het intensieve contact dat we via internet konden onderhouden. Ook de drie vakanties in Nederland, waar al pedalerend door Zeeuwse en Friese polders onze werdezijdse band werd verstevigd, maakt dat ik ons toekomstig samenwonen in Utrecht met veel vertrouwen tegemoed zie. De uitstapjes naar Benin varen voor mij trouwens altijd heerlijke momenten om naar toe te leven en wekome pauzes in het chaotische werkende bestaan in Kameroen.
7. Wat is je meest trieste ervaring in Kameroen?
Ik was eens in zo’n afgelegen dorpje midden in dat oneindige bos. De hale dorpsgemeenschap had zich rond het middaguur al lam gezopen aan de odontol (een lokaal alcoholdestilaat). Op straat stond een eenzame peuter van ellende een lief jong hondje met een stok af te tuigen. Toch kwam die puppy na elke stokslag weer kwispelend op hem toegelopen. Het jochie leek volkomen gevoeloos met zijn daad bezig te zijn. Dat beeld staat nog vers op m’n netvlies.
8. Wat is je grappigste ervaring in Kameroen?
Er zijn natuurlijk heel veel leuke ervaringen, veel meer dan nare momenten in mijn geheugen achtergebleven. Een ervan is hier misschien wel vermeldenswaardig. Kameroen kreeg de premier van Frankrijk op bezoek bij het landbouwkundig instituut in Yaoundé. Voor dat soort hooggeplaatste gasten worden hier kosten nog moeite gespaard om ze Kameroen van hun beste kant te tonen. Marktkraampjes worden hiervoor aan de kant geschoven, stoepranden krijgen een likje verf en de gaten in de weg worden in allerijl gedicht. Ook een plantsoen, in het midden van een drukke rotonde, was aan de beurd. Planten werden in de borders van de grasmat gezet en ook de grasmat zelf zou moeten worden begieterd, aangezien de droogte in die periode het een vergeeld uiterlijk had gegeven. Ik vermoed dat de lokale aanemer gedacht moet hebben slim te zijn door dit karweitje professioneel aan te pakken door z’n maatje bij de nationale ordetroepen om een gunst te vragen. Zo reed ik daar dus op een avond voorbij een gepanserde wagen met waterkanon, die daar het gras met zodes en al ondersteboven uit de bodem stond te spuiten. Het koste weken voordat het plantsoen weer op een gazonnentje leek, maar toen was de premier allang terug in Frankrijk.
9. Je woonde altijd op jezelf. Voelde je je nooit eenzaam in je eentje in zo’n vreemde omgeving?
Nee, echt eenzaam heb ik me nooit gevoeld. Zoals ik al eerder beschreef had ik toch wel een vaste vriendengroep waar ik sociale activiteiten mee ondernam. Daarnaast bracht ik natuurlijk ook heel wat uurtjes alleen door. Daar heb ik me nooit ongelukkig onder gevoeld. Ver weg van alle infostromen die je in het westen continue belagen, kwam ik tot rust en had ik tijd om tot mezelf te komen. Dan komen ineens hele leuke herrinneringen naar de oppervlakte. Van die momenten uit mijn jeugd die ik heel lang onwetend bij me heb gedragen, en dan ineens tevoorschijn komen en je een prettig gevoel geven. Ik heb wel een fijne jeugd gehad, denk ik dan zo achteraf, en dat schrijf ik niet omdat ik denk dat m’n ouders dat zo leuk vinden om te lezen. Ik was vroeger helemaal niet de gemakkelijkste, denk ik. Ik was een jongen met zo zijn nukken en buien. Dat kwam vooral omdat ik mijn bloedsuikerspiegel niet goed kan reguleren. Als ik dan niet op tijd eet word ik chagrijnig en trijterig. Daar heeft m’n broertje wel wat onder te lijden gehad. Aan de andere kant denk ik dat ik ook wel ondernemend was en altijd gefascineerd door de natuur. Zo herinnerde ik me ineens weer een logeerpartij bij Omi in Barneveld. Ik verbaasde me daar zo over het grote aantal sprinkhanen op de hei. Die hadden w thuis in Friesland helemaal niet. Dat werd dus vangen geblazen en met een jampot vol van die kortsprieten gingen we terug naar Pingjum. Omi had gaatjes in de deksel geprikt en ook bladeren van een giftige plant er weer uitgevist. Omdat ik niet wist wat ze precies aten had ik voor de zekerheid maar van alle planten in de tuin een paar bladeren geplukt. Dat uiteindelijk de paardesla zo favoriet was, verbaasde me hooglijk, omdat ik die helemaal niet had zien staan in het heideveld waar ik de insecten gevangen had. Zelfs van de opmerkingen van de andere treinreizigers tussen Amersfoort en Leeuwarden meen ik me nog dingen te herinneren. Sinds mijn introductie hebben wij dus ook sprinkhanen in de tuin.
In die tijd in Kameroen ben ik ook op een andere manier, vanuit ontwikkelingsoogpunt, over Nederland na gaan denken. Hoe heeft dat volk zich toch op eigen houtje kunnen ontwikkelen in dat moerassige gebied, koud klimaat en de altijd op de loer liggende zee. Dat is toch een stuk lastiger dan hier op het Afrikaanse continent. Ik ben me meer gaan interesseren voor onze nationale historie. De Nederlandse arbeidsethos, handelsgeest, ondernemingszin, inventiviteit en verantwoord bestuur. De manier waarop Nederland om is gesprongen met haar aardgasbaten, lijkt niet op de weg die bijvoorbeeld Nigeria is ingeslagen. Vanuit historisch perspectief ben ik dus ook op tal van vlakken anders naar ontwikkelingswerk gaan kijken. Dat heeft me geholpen meer realistiesch naar de problematiek te kijken. Zou houd ik ook Afrikanen zelf een spiegel voor. Afrikanen zie zichzelf graag in een slachtoffer rol plaatsen, maar daarmee eigenlijk niet veel opschieten. Holland stond er een paar eeuwen geleden veel slechter voor dan Kameroen op dit moment, maar toch hebben we die slag omhoog kunnen maken. Die instelling, van we kunnen het op eigen kracht, moet Afrika ook hebben.
10. Met welk gevoel verlaat je nu Kameroen?
Een voldaan gevoel overheerst. Hoewel ik met een ander, een tikkeltje sceptische beeld naar ontwikkelingssamenwerking kijk, ben ik niet verbitterd of gedesillusioneeerd. Ik heb het gevoel een bijdrage geleverd te hebben, in hoeverre dat uiteindelijk bijdraagt aan de ontwikkeling van het platteland van Kameroen, hangt van veel andere factoren af. Verantwoordelijkheid van Afrikaanse bestuurders met wellicht hier en daar technische assistentie uit het westen, zullen daar zorg voor moeten dragen. Ik ben nu ook verheugd om weer naar Nederland te gaan. Ik hoop jullie binnenkort allemaal weer in levende lijve te spreken en een glas bier te heffen op onze gezondheid en de vooruitgan in de vaart der volkeren.
Vriendelijke groeten,
Jelle
Ps. Mijn verwachte aankomst op Schiphol is op 23 September om 8.55 uur met vlucht LX 0724 uit Zurich.
-
14 September 2009 - 09:41
Fedor:
Makker, maat, ik ben halverwege je verhaal. Heerlijk. Ben benieuwd hoe het met Bruce afloopt. Straks op een verloren moment tussen manuscript typen weer verder lezen t is zo'n lap tekst dat de rook van m'n muiswieltje slaat. Tot snel!
Grtz,
Fedor -
14 September 2009 - 14:26
Lineke :
Mooie vorm Jelle dat interview. Herinner me nog dat we op je balkon zaten in Yauonde en een groot interview met jou hadden. Welkom Thuis en de geschiedenis van Nederland ligt voor je klaar.
-
14 September 2009 - 14:58
Ronald Pastoors:
Beste Jelle, what live leuk hoor en wat kan je leuk schrijven alleen wat veel........mare jelle g je weer studeren in wageningen ??of.....werken daaro.........we hebben een spielmacher nodig bij gvc 2 inmiddels, so come over and get to work!!! Ronald -
14 September 2009 - 15:25
Fedor:
Sjeele, mooi stukje weer. Goede zelfreflectiesessie (mooi galgjewoord). Hoe is het met die fotograaf afgelopen? Dat glas bier kijk ik naar uit! Ik wens je alvast een goede reis, ik zie je snel!
F -
14 September 2009 - 19:18
Willy:
Hoi Jelle mooi reisverslag ik heb er weer van genoten.
Ik hoop je weer eens te zien als je weer in Nederland bent.
Hartelijke groeten
ook van Pieter en tot ziens -
14 September 2009 - 21:05
Jos:
Ja dat is een lange mijmer geworden. Ik had vanmorgen al wat geschreven, maar ik zie dat die weg is, dus nog eens proberen. Ik zei dus dat het je makkelijk af gaat vrienden te maken, waar je ook bent. Dat het je aan de andere kant geen moeite kost je in je eentje te vermaken. Mijn waarschuwing om niet alleen naar Afrika te gaan was dus niet nodig. Het is je prima vergaan. Complimenten en tot straks -
15 September 2009 - 08:31
Anneke:
wow dat van die peuter met het hondje...
Maar je gaat dus nu naar Utrecht? Ik zit er ook net, dus moeten we daar maar eens de kroeg in duiken! -
16 September 2009 - 07:57
Kim:
Hi Jelle,
Ik bevond me weer even een half uurtje in Afrika! Heerlijk die herkenning. Ik wens je een voorspoedige terugreis en geniet nu nog even van je laatste dagen daar!
Groetjes Kim -
17 September 2009 - 07:25
Cathelijne:
Gefeliciteerd, Jelle. Nu is het tijd voor een nieuw hoofdstuk in je leven, maar deze ervaringen blijven voor altijd in je hart gesloten. Mijn wens is dat je deze mooie open levenshouding en grote aanpassingsvermogen vasthoudt tijdens je avontuur in Nederland. Geniet van je laatste dagen en ik sta te trappelen je in Nederland binnen te halen. Liefs -
18 September 2009 - 19:55
Yoko:
Nog 5 dagen in het jachtparadijs.....
De grooste trophee is natuurlijk al in de grote Noordzeedelta. De rest zal wel binnenkort komen. De met visnet aangeklede beelden komen toch ook?
En Mango? Die mis je zo...
Maar nu weet je in ieder geval meer over de liefde de familieverhoudingen en de rest van het hoe en waarom. En daar heb je met dit verhaal veel mensen blij mee gemaakt.
Wees blij dat je je ledematen nog hebt.
Kameroen is geen gemakkelijk land maar wel vreselijk interessant weten we nu.
Bedankt! -
09 Oktober 2009 - 13:00
Marijke:
Heeeee Jelle,
Nu heb ik je hele verhaal pas gelezen!
Had het doorgestuurd naar mijn werk, dacht dat ik daar wat meer tijd zou hebben om te lezen, dus niet....!
Nou ja inmiddels ben je alweer ruim 2 weken in Nederland, gezellig bij Catheleijne. Nou we hebben steeds genoten hoor van je verhalen, zullen het nog gaan missen!
Liefs van ons uit Nederhorst, Marijke -
09 November 2009 - 14:56
Janneke:
Hee Jelle, lees nu pas je laatste Kameroenverhaal. Veel punten van herkenning, vooral de beschrijving van de treinreis en het noorden van Kameroen. Wat kun je toch onderhoudend schrijven over tropische gewassen en vooral hoe de plaatselijke bevolking er mee omgaat. Ben benieuwd hoe je 'reintegratie' in Nederland is bevallen. In ieder geval weer lekkere weidse uitzichten en de wind door je haren. Zie je dat je ook al een baan hebt gescoord. Heel veel succes! We moeten binnenkort maar ns afspreken, kun je de kleine Maya zien. En kunnen we napraten over al onze belevenissen in Kameroen! groetjes, ook aan Cathelijne, Janneke
Reageer op dit reisverslag
Je kunt nu ook Smileys gebruiken. Via de toolbar, toetsenbord of door eerst : te typen en dan een woord bijvoorbeeld :smiley